Naar de inhoud

Schneider Charge Pro

Ondersteunde toestellen: Schneider Charge Pro

Ons EMS ondersteunt de Schneider Charge Pro AC-laadpaal via Modbus TCP, zodat de laadstroom mee met de rest van de site gestuurd wordt in plaats van op zichzelf te draaien.

Ondersteunde toestellen

Model Stroomtype Connectoren
Charge Pro AC 1

De laadpaal heeft één uitgang, een contactdoos of een vaste kabel, die het EMS als één connector behandelt.

De Schneider Charge Pro wordt ondersteund vanaf EMS-controllerversie 0.0.334.

Wat het EMS kan

Met de huidige integratie biedt ons EMS:

  • Sturing van de laadstroom: het EMS schrijft een maximale laadstroom, die de laadpaal binnen 15 seconden toepast.
  • Pauzeren en hervatten: een pauze onderbreekt de sessie zonder ze te beëindigen, dus het laden gaat verder in dezelfde sessie. Onder 6 A pauzeert het EMS liever dan een stroom aan te bieden waar het voertuig niets mee kan.
  • Lastverdeling: de laadpaal neemt deel aan het lastbeheer van de site, per connector.
  • Fasedetectie: het EMS rekent stroom en vermogen om over de fasen die de sessie echt gebruikt, zodat een eenfasig voertuig juist gestuurd wordt.
  • Opvolging van de sessie: de laadstatus, het vermogen, de stroom en de energie worden teruggelezen en getoond op de toestelpagina en in het EV-laaddashboard.
  • Incidenten: een defecte connector, een onbekende status van de connector en een laadpaal die de geschreven stroom weigert, worden als incident gemeld.

Het EMS kan zelf geen sessie starten: het voertuig moet aan de laadpaal of via OCPP geautoriseerd worden. Een sessie wordt enkel gestopt wanneer je daar uitdrukkelijk om vraagt met een manuele override.

Er kan later functionaliteit bijkomen naarmate de integratie uitbreidt.

Instellen

  1. Netwerk

    Hang de laadpaal aan hetzelfde netwerk als de Voltmasters-controller, geef hem een vast IP-adres en zorg dat Modbus TCP erop beschikbaar is.

    Volg de handleiding van Schneider voor de netwerk- en Modbus-instellingen van de laadpaal.

  2. Voeg de laadpaal in het platform toe

    Voeg een toestel van het type Laadpaal toe, met merk Schneider en model Charge Pro. Vul het IP-adres in en kijk de vooraf ingevulde waarden na: poort 502 en Slave-ID 255, het server-ID dat de Modbus-handleiding van Schneider voor deze laadpaal vastlegt. Stel daarna de parameters in:

    • Maximale laadstroom: de hoogste stroom die de installatie toelaat, van 6 tot 32 A. Standaard 32 A; zet hem lager als de laadpaal voor minder aangesloten is.
    • Terugval-laadstroom: de stroom waarop de laadpaal terugvalt wanneer hij niets meer van het EMS hoort, van 0 tot 32 A. Standaard 0 A, zodat het laden stopt bij een verloren verbinding in plaats van verder te gaan op een stroom die het budget van de site nooit goedkeurde.

    Je kan beide later nog in de toestelinstellingen aanpassen.

  3. Controleer

    Start een laadsessie en kijk op de toestelpagina na of de laadstatus en het vermogen binnenkomen, en of de laadpaal een verlaagde grens volgt.

Terugval bij een verloren verbinding

Het EMS stuurt de laadpaal elke cyclus een hartslag. Blijft die hartslag langer weg dan de detectietijd die op de laadpaal ingesteld is (standaard 60 seconden), dan schakelt de laadpaal over op de Terugval-laadstroom. Het EMS schrijft die waarde elke cyclus opnieuw, zodat ze een herstart van de laadpaal overleeft.

Aanmelding als energiebeheerder

Het EMS meldt zich zelf als externe energiebeheerder aan op de laadpaal, dus dat hoeft vooraf niet op de laadpaal ingesteld te worden. Een incident volgt enkel als de laadpaal dat blijft weigeren.