Naar de inhoud

Overzicht

Hoe netbeheerders je installatie op afstand opvolgen en aansturen via de Voltmasters EMS, en hoe Voltmasters die verbinding levert en laat certificeren.

DSO RTU is het mechanisme waarmee een distributienetbeheerder (DSO) een decentrale energie-installatie op afstand opvolgt en aanstuurt, via een Remote Terminal Unit (RTU) op de site, om het elektriciteitsnet binnen zijn fysieke grenzen te houden.

Sommige netbeheerders hebben een eigen naam voor dat mechanisme. Fluvius noemt het telecontrole. De term die in deze sectie gebruikt wordt en van de netbeheerder losstaat, is DSO RTU.

Voltmasters is de schakel tussen de netbeheerder en de installatie. De netbeheerder stuurt grenzen, regelmodi en waar nodig noodstoppen. Het EMS zet die signalen om in onmiddellijke acties op de aangesloten assets (PV, batterij, EV-laden, flexibele lasten) en meldt voortdurend terug wat de installatie doet. DSO RTU is voor grotere installaties steeds vaker een aansluitvoorwaarde, en de certificatie die de netbeheerder uitvoert is wat de installatie vrijgeeft voor gebruik.

Wat de netbeheerder kan doen

Via de DSO RTU-verbinding kan de netbeheerder in realtime:

  • Het actief vermogen (P) begrenzen: de injectie en de afname aftoppen, op het netkoppelpunt en als aandeel van het geregistreerde assetvermogen.
  • Het reactief vermogen (Q) regelen: wisselen tussen lokale Q-regeling en Q-regeling op afstand, en een band voor het reactief vermogen opleggen.
  • Een noodstop geven: de productie stilleggen, de afname stilleggen, of allebei, onmiddellijk.
  • Een reden opgeven: normale werking, netcongestie of een test.

In ruil bevestigt het EMS elk commando, spiegelt het de toestand die het toepast, en stuurt het metingen per assetcategorie, zodat de netbeheerder kan nagaan of de installatie zich houdt aan wat gevraagd is.

Hoe het EMS reageert

Elk commando wordt in software afgedwongen, elke regelcyclus opnieuw, dus ongeveer één keer per seconde: setpoints naar nul, batterijen naar 0 kW, lasten uit. Bij een noodstop komt daar een relaisuitgang op een IO-module bij, die fysiek onderbreekt, los van de eigen communicatie van de asset. Sommige netbeheerders, waaronder Fluvius, verwachten die fysieke laag.

Wat het EMS met elke opdracht doet, in welke volgorde de regels toegepast worden en wat er gebeurt wanneer de verbinding wegvalt, staat in Hoe DSO RTU werkt.

Netbeheerders

DSO RTU is eigen aan de netbeheerder: elke netbeheerder heeft zijn eigen protocol, datamodel en certificatie. Het EMS verbergt dat achter één instelling DSO RTU-provider per project, zodat de assetkant voor elke netbeheerder hetzelfde is. Zie Netbeheerders voor wie er vandaag ondersteund wordt en waarin ze verschillen.

Hoe deze sectie opgebouwd is

Wat je in het platform ziet, staat bij de rest van de applicatie beschreven: het DSO RTU-dashboard voor de live beperkingen en de RTU-historiek, en de DSO RTU-instellingen bij de projectinstellingen.