Naar de inhoud

Lastbeheer

Lastbeheer in de Voltmasters EMS: grenzen per energiemeter, aanvullend op de grenzen van de netaansluiting, met bescherming per fase en de volgorde waarin het EMS ingrijpt.

Lastbeheer houdt het vermogen dat door een energiemeter loopt onder grenzen die je zelf instelt. Je stelt het per meter in, op het tabblad Load manager van die meter.

De grenzen van de netaansluiting zelf stel je in de projectinstellingen in, met het toegangsvermogen en de piekafvlakkingsreserve. Lastbeheer voegt daar grenzen aan toe op meters dieper in de installatie.

De grenzen van de netaansluiting zelf stel je in de projectinstellingen in, met het toegangsvermogen en de piekafvlakkingsreserve. Lastbeheer voegt daar grenzen aan toe op meters dieper in de installatie.

Instelling Omschrijving
Energiebelastingsbeheer Zet lastbeheer aan voor deze meter.
Max. injectievermogen (kW) Het grootste vermogen dat de installatie achter deze meter mag terugleveren.
Max. afnamevermogen (kW) Het grootste vermogen dat de installatie achter deze meter mag afnemen.
Het tabblad Load Manager op een energiemeter, in het Engels, met de schakelaar Enable Load Management en de velden Maximum injection power en Maximum consumption power, allebei op 150 kW.

Grenzen over de hele meterhiërarchie

Elke meter kan zijn eigen grenzen dragen, en het EMS handhaaft ze allemaal tegelijk, samen met de grenzen van de netaansluiting. Een submeter beschermt wat erachter hangt, zoals een transformator, een verdeelbord, een kabel of één gebouw, ook als de netaansluiting nog ruimte heeft. Zo wordt een druk deelcircuit teruggeschroefd zonder de rest van de site af te remmen.

flowchart TD
    N["Net"] --- H["Hoofdmeter: grenzen van de netaansluiting"]
    H --- A["Submeter gebouw A: eigen grens"]
    H --- B["Submeter laadplein: eigen grens"]
    A --- V["Verbruikers gebouw A"]
    B --- E["Laadpalen"]
Elke meter heeft zijn eigen grens, en het EMS bewaakt ze allemaal tegelijk.

Ongelijk belaste fasen: bescherming per fase

De grenzen staan in kW voor de aansluiting in haar geheel, maar op een driefasige aansluiting zijn de zekeringen en het aansluitvermogen per fase. Zijn de fasen ongelijk belast, dan kan het totaal ruim onder de grens liggen terwijl één fase al over haar deel gaat, en het is die ene fase die de hoofdzekering doet vallen.

Meet de meter zijn vermogen per fase, dan beschermt het EMS daarom ook elke fase apart. Het doet dat pessimistisch: elke controle van de grens behandelt de site alsof alle drie de fasen even zwaar belast zijn als de zwaarste.

%%{init: {"xyChart": {"height": 300}, "themeVariables": {"xyChart": {"plotColorPalette": "#f8b81e, #0a0a0a"}}}}%%
xychart-beta
    x-axis ["L1", "L2", "L3"]
    y-axis "kW per fase" 0 --> 10
    bar [4.5, 8.5, 4.5]
    line [7.33, 7.33, 7.33]
Een grens van 22 kW: de staven zijn de belasting per fase, de lijn het deel van de grens per fase (22 kW ÷ 3 ≈ 7,3 kW).

In dit voorbeeld trekken L1 en L3 elk 4,5 kW en L2 8,5 kW. Het totaal van 17,5 kW blijft onder de grens van 22 kW, maar L2 gaat over haar deel van 7,3 kW. Het EMS rekent daarom met 3 × 8,5 = 25,5 kW, meer dan 22 kW, en vermindert de belasting tot L2 past.

Wat het EMS doet wanneer een grens genaderd wordt

Nadert het vermogen dat een meter meet zijn grens, dan grijpt het EMS in, van de minst storende maatregel naar de meest storende. Dat gebeurt in deze volgorde:

  1. De batterij: het laden wordt verminderd of gestopt en, als het moet, ontlaadt de batterij om de meter te ontlasten.
  2. EV-laden: het laadvermogen van de laadpalen achter die meter wordt teruggeschroefd.
  3. Regelbare lasten: aan-uitlasten worden een voor een afgeschakeld, in de volgorde van hun Prioriteit.

Pas wanneer een stap niet genoeg vermogen vrijmaakt, gaat het EMS naar de volgende, zodat toestellen als laatste redmiddel uitgeschakeld worden.