Naar de inhoud

Schneider StarCharge Fast

Ondersteunde toestellen: Schneider StarCharge Fast 60, 180 en 320 DC-laders

Ons EMS ondersteunt de Schneider StarCharge Fast DC-snelladers via Modbus TCP. Het station biedt een interface voor lastbeheer aan: ons EMS begrenst het laadvermogen en leest terug wat het station afneemt, zodat snelladen binnen de grenzen van de netaansluiting blijft.

Ondersteunde toestellen

Model Stroomtype Connectoren Standaard nominaal vermogen
StarCharge Fast 60 DC 2 60 kVA
StarCharge Fast 180 DC 2 180 kVA
StarCharge Fast 320 DC 2 320 kVA

De Schneider StarCharge Fast wordt ondersteund vanaf EMS-controllerversie 0.0.335.

Wat het EMS kan

Met de huidige integratie biedt ons EMS:

  • Per laadkabel opvolgen: de laadstatus, het vermogen, de laadtoestand van het voertuig, de geladen energie en de duur van de sessie
  • Het laadvermogen begrenzen, zodat snelladen het beschikbare vermogen aan de netaansluiting volgt
  • Lastverdeling samen met de batterij, de PV en de andere laadpalen op de site
  • Incidenten bij een fout van het station, oververhitting, een defecte laadkabel en een station dat het lastbeheer weigert

De interface kent geen starten, stoppen of pauzeren van een sessie. Starten en stoppen blijft bij de bestuurder; ons EMS bepaalt enkel hoeveel vermogen het station mag afnemen.

Er kan later functionaliteit bijkomen naarmate de integratie uitbreidt.

Instellen

  1. Hang het station aan het netwerk

    Hang het station aan hetzelfde netwerk als de Voltmasters-controller en geef het een vast IP-adres.

  2. Zet Modbus op poort 502

    Het station wordt geleverd met Modbus over TLS op poort 802. Ons EMS spreekt gewone Modbus TCP, dus het station antwoordt pas als je het op de onbeveiligde poort 502 zet. Die instelling vind je in de webinterface van het station onder Charger Configuration, Basic Configuration.

    Volg de handleiding van Schneider om in te loggen op de webinterface van het station.

  3. Voeg het station in het platform toe

    Voeg een toestel van het type Laadpaal toe, met merk Schneider en model StarCharge Fast 60, 180 of 320. Vul het IP-adres, poort 502 en het slave-ID in (dat vooraf op 1 staat), en kijk de parameters na:

    • Nominaal vermogen: staat vooraf op het vermogen waarnaar de modelfamilie genoemd is. Pas het aan naar het vermogen op het typeplaatje: een Fast 180 wordt ook als toestel van 150 kW verkocht, en het station geeft zelf het vermogen van de familie door, niet dat van het toestel.
    • Fallback setpoint: het vermogen in kW waarop de controller het station achterlaat wanneer hij stopt. Blijft het leeg, dan geldt 60 kW. Kies een veelvoud van 30 kW, de blokken waarin het station vermogen toewijst.
    • Load balancing-modus: laat die op Enkel laadpaal staan. De andere modi worden aangeboden, maar de geteste firmware aanvaardt geen sturing per laadkabel, en het station meldt dan een incident voor het lastbeheer.
  4. Controleer

    Start een laadsessie en kijk op de toestelpagina na of de laadstatus en het vermogen binnenkomen, en of het station een verlaagde vermogensgrens volgt.

Geen terugval op het station

Het station heeft geen werkende bescherming tegen een verloren verbinding: zijn eigen offline-terugval wordt gewist door net de onderbreking waarvoor hij bedoeld is. Daarom schrijft de controller het Fallback setpoint naar het station wanneer hij stopt. Zet het op een waarde die de netaansluiting zonder het EMS aankan.

Lastbeheer geweigerd

Blijft het station een andere grens of stuurmodus doorgeven dan de geschreven waarde, dan meldt ons EMS een incident en wijst het er geen vermogen meer aan toe. Zo blijft een station dat zijn grens negeert niet onopgemerkt.