Naar de inhoud

Technische specificaties

De technische specificaties van de Volt DIO: de digitale ingangen, de relaisuitgangen en wat ze kunnen schakelen, de netwerk- en Modbus-gegevens, de voeding, de omgevingsgrenzen, de certificaten en het gedrag bij een storing.

De gegevens van de Volt DIO die je nodig hebt om de kast te ontwerpen en te bedraden.

In een oogopslag

Onderdeel Specificatie
Kanalen 6 digitale ingangen (DI) en 6 relaisuitgangen (DO) per module
Max. schakelvermogen relais 5 A resistief of 2 A inductief per kanaal, bij 250 VAC of 30 VDC
Type contact Vermogensrelais type Form A (normaal open), potentiaalvrij
Communicatie Modbus TCP (server of slave) over ethernet, TCP-poort 502
Ethernet 2 × RJ45-switchpoorten van 10/100 Mbps (doorlus), 1 MAC-adres
Voeding nominaal 24 VDC (12 tot 36 VDC), 188 mA bij 24 VDC (ongeveer 4,5 W)
Montage DIN-rail of wand, 27,8 × 124 × 84 mm, minder dan 200 g
Omgevingstemperatuur -10 tot 60 °C (standaardmodel) of -40 tot 75 °C (model voor een breed temperatuurbereik)
Isolatie 3 kVDC of 2 kVrms, tussen veld en logica

De relaisuitgangen en hun maximale schakelvermogen

Elk van de zes uitgangen is een potentiaalvrij contact type Form A (normaal open) met twee eigen schroefklemmen: R0_NO en R0_C tot R5_NO en R5_C (zie Klemmenblok). Er is geen NC-klem, dus de bedieningsmodi die van normaal gesloten contacten uitgaan (NC-ON, NC-OFF) beschrijven enkel een installatie waar een tussenrelais dat contact levert. Dit is de harde grens van wat één uitgang kan schakelen:

Parameter Waarde
Maximale schakelstroom 5 A resistief, 2 A inductief, per kanaal
Maximale schakelspanning 250 VAC of 30 VDC (ook gekeurd op 110 VAC)
Maximaal schakelvermogen ongeveer 1150 W bij 230 VAC of 150 W bij 30 VDC (5 A resistief)
Type contact Vermogensrelais type Form A (N.O.), potentiaalvrij
Schakeltijd van het relais max. 1500 ms
Maximale schakelfrequentie 0,3 Hz bij nominale belasting (pulsmodus)
Mechanische levensduur 5.000.000 schakelingen
Elektrische levensduur 100.000 schakelingen bij 5 A resistieve belasting
Veldbekabeling IO-kabel max. 14 AWG (ongeveer 2,5 mm²), schroefklemmenblok

Die waarden gelden per kanaal en zijn geen budget voor de hele module, en het zijn schakelgrenzen, geen ontwerpwaarden voor continu bedrijf. De inductieve waarde (2 A) is minder dan de helft van de resistieve, en motoren, pompen, ventilatoren, transformatoren, contactorspoelen, condensatorbatterijen en ledvoedingen trekken een inschakelstroom van een veelvoud van hun nominale stroom, wat de contacten snel aantast. Dimensioneer op de inschakelstroom en niet op het nominaal vermogen, en schakel alles van enige omvang via een tussencontactor.

Wat je rechtstreeks mag aansluiten, en wat een contactor vraagt

Last Rechtstreeks op de relaisuitgang?
Resistieve last op 230 VAC tot 5 A (ongeveer 1,1 kW), bijvoorbeeld een kleine verwarming Ja
Resistieve last op 230 VAC boven 5 A (meer dan ongeveer 1,1 kW) Nee, schakel een tussencontactor
Driefasige last op 400 VAC, hoe groot ook Nee, de contacten zijn op max. 250 VAC gekeurd; gebruik een contactor
Inductieve AC-last tot 2 A (een kleine spoel, een kleine pomp) Kan; zet een RC-snubber over het contact
Inductieve AC-last boven 2 A (motor, ventilator, transformator) Nee, gebruik een contactor, gedimensioneerd op de inschakelstroom van de last
DC-last tot 30 VDC en tot 5 A resistief (tot 150 W) Ja; blijf bij inductieve DC-lasten onder 2 A en zet er een vrijloopdiode bij
DC-last boven 30 VDC Nee, buiten het bereik van het contact

In de praktijk: gebruik de relaisuitgang als stuurcontact voor schakelmateriaal, dus het spoelcircuit van een contactor, een noodstop- of stopingang, of een vrijgave-ingang, en niet als de vermogensschakelaar van de last zelf. Een aparte contactor houdt de vermogensbekabeling van de kast bovendien weg van de module.

Een aansluitvoorbeeld staat op Plaatsing en bekabeling.

Digitale ingangen (DI)

Parameter Waarde
Kanalen 6, met één gedeelde COM (6 punten per COM)
Type sensor Droog contact, of nat contact (NPN of PNP)
Droog contact Aan = doorverbonden met GND, Uit = open
Nat contact (DI naar COM) Aan = 10 tot 30 VDC, Uit = 0 tot 3 VDC
Isolatie 3 kVDC of 2 kVrms
Veldbekabeling IO-kabel max. 14 AWG (ongeveer 2,5 mm²), schroefklemmenblok

Wat het EMS met een ingang doet, hangt af van de functie die je eraan toewijst, zie Poorten toewijzen. Een aansluitvoorbeeld met een nat contact staat op Plaatsing en bekabeling.

Klemmenblok

De ingangen en de relais delen één afneembaar schroefklemmenblok met 20 pinnen, van boven naar onder genummerd:

Pin Signaal Pin Signaal
1 COM 0 11 R1_NO
2 DI0 12 R1_C
3 DI1 13 R2_NO
4 DI2 14 R2_C
5 DI3 15 R3_NO
6 DI4 16 R3_C
7 DI5 17 R4_NO
8 GND 18 R4_C
9 R0_NO 19 R5_NO
10 R0_C 20 R5_C

Elk relaiskanaal heeft precies twee klemmen, NO en C (common), en geen NC-klem. De 24 VDC-voeding en de aardingspin zitten op een apart klemmenblok bovenaan. Aandraaimoment 3 lb-inch.

Netwerk en protocol

Parameter Waarde
Ethernetpoorten 2 × 10/100BaseT(X) RJ45, ingebouwde switch (doorlus), 1 MAC-adres
Protocol dat het EMS gebruikt Modbus TCP, met de module als server of slave, TCP-poort 502
Adressering Een vast IP-adres is vereist; noteer het IP, de poort en het Modbus slave-ID
Fabrieksinstelling IP 192.168.127.254, netmasker 255.255.255.0, geen gateway
Configuratie Webconsole in de browser, op het IP-adres van de module

Laat de Modbus-adressering op de fabrieksinstelling staan: het EMS gebruikt de standaardadressen.

Gedrag bij storing en de watchdog

Functie Gedrag
Spanningsverlies Alle relais vallen af en de normaal open contacten gaan open. Daar is niets voor in te stellen: zonder spoelspanning kunnen de contacten niet gesloten blijven.
Communicatieverlies, watchdog uit (fabrieksinstelling) Elke uitgang houdt de laatste waarde die het EMS gaf. Een controller die crasht of een kapot netwerk verandert dus geen enkel relais, zolang de module gevoed blijft.
Communicatiewatchdog Optioneel en standaard uit. Zet je hem aan met een timeout, dan gaat de module na die tijd zonder Modbus TCP-communicatie in veilige modus. Het EMS bevraagt de module elke regelcyclus, wat de watchdog tevreden houdt zolang de controller leeft.
Veilige status per uitgang Elke uitgang heeft een eigen veilige toestand (Hold Last, ON of OFF), die geldt zodra de module in veilige modus gaat. Ze doet helemaal niets zolang de communicatiewatchdog uitstaat.
De veilige status blijft hangen Is een kanaal eenmaal in veilige modus gegaan, dan blijft zijn veilige status staan tot ze gewist wordt. Het EMS leest de alarmvlag van de watchdog uit, meldt ze als een toestelfout en wist ze zodra de module weer bereikbaar is.

Zet de communicatiewatchdog en de veilige status per kanaal aan voor elke uitgang die een noodstop draagt, welke bedieningsmodus ze ook heeft. Zonder die twee brengt enkel het wegvallen van de eigen voeding van de module het relais in een bepaalde toestand; een storing aan de controller of het netwerk laat het relais gewoon staan waar het stond. Zet de veilige status van het kanaal op de waarde die stop betekent: OFF bij een modus waarbij spanningsverlies stopt (NO-ON, NC-OFF), ON bij een modus waarbij bekrachtigen stopt (NO-OFF, NC-ON). Bij die laatste is de watchdog het enige dat de stop kan afdwingen wanneer de verbinding weg is. Zie Veiligheid en vereisten.

De module is geen gecertificeerd toestel voor functionele veiligheid: ze draagt geen SIL- of performance level-classificatie, en haar relais zijn geen veiligheidsrelais. Waar een gekeurd veiligheidscircuit nodig is, moet de relaisuitgang een veiligheidsrelais of contactor aansturen die die classificatie wel heeft, en moet de veiligheidsfunctie aan de geldende normen getoetst worden, bijvoorbeeld EN 60204-1 en EN ISO 13850.

Voeding

Parameter Waarde
Ingangsspanning Nominaal 24 VDC, 12 tot 36 VDC
Verbruik 188 mA bij 24 VDC (ongeveer 4,5 W)
Aansluiting Schroefklemmenblok bovenaan, met aardingspin
Aarding Verbind de aardingspin met de aarding van de kast

Dimensioneer de 24 VDC-voeding voor alle modules in de kast, en denk aan de noodstopketen: steunt de stop erop dat de module gevoed is, dan hoort de voeding bij die keten.

Mechanisch en omgeving

Parameter Waarde
Afmetingen (B × H × D) 27,8 × 124 × 84 mm
Montage Op DIN-rail of aan de wand
Bedrijfstemperatuur -10 tot 60 °C (standaardmodel) of -40 tot 75 °C (model voor een breed temperatuurbereik)
Relatieve luchtvochtigheid 5 tot 95 %, niet-condenserend

De relais kunnen slecht werken in een condenserende omgeving onder 0 °C. Voorzie in onverwarmde of buitenkasten verwarming of ontvochtiging, en kies het model voor een breed temperatuurbereik.

Aandachtspunten bij het dimensioneren en ontwerpen

  • Schakelvertraging. Het EMS herbekijkt de uitgangen elke regelcyclus, dus ongeveer elke seconde, en het relais zelf doet er tot 1500 ms over, dus reken op zo'n 2,5 s van beslissing tot contactwissel. De uitgangen zijn niet geschikt om snel of continu te schakelen: de maximale schakelfrequentie is 0,3 Hz bij nominale belasting.
  • Levensduur van de contacten. 100.000 schakelingen bij volle belasting is de elektrische grens. Bij een last die vaak schakelt, zoals een regelbare last die het PV-overschot volgt, beschermt de instelling minimale looptijd per activering het relais evenzeer als de last. Zie Regelbare lasten.
  • Hou het relais een stuurcontact. Tussencontactoren houden laststroom, inductieve lasten en 400 V-circuits weg van de module.

Volgende stappen

Volt DIODe module op het platform toevoegen en haar poorten instellen. Plaatsing en bekabelingDe plaatsing en de bekabeling over de kasten heen.