Naar de inhoud

Telecontrolekast versie 4 (TCKv4)

Fluvius telecontrole met de telecontrolekast versie 4 (TCKv4) over IEC 60870-5-104.

Oudere Fluvius-dossiers gebruiken nog de telecontrolekast versie 4 (TCKv4) in plaats van Netflex. Je herkent het aan de netstudie: die vermeldt "telecontrolekast versie 4". De Voltmasters EMS volgt de Fluvius-specificatie TAU341K01.

Verschil met Netflex

  • Eén P-setpoint voor de assets samen, geen grenzen op het aansluitpunt en geen afnamesturing.
  • Een Q-setpoint als doelwaarde, geen band.
  • Beide setpoints zijn een percentage van het geïnstalleerd vermogen Pinst.
  • Fluvius meet zelf in de kast. Het EMS stuurt geen metingen terug.
  • De kast ontkoppelt de installatie zelf. Er is geen IO-module nodig voor de noodstop.

De verbinding

Gelijk aan Netflex: IEC 60870-5-104, het EMS is de server op TCP 2404, gemeenschappelijk adres 100, via een ethernet-naar-USB-adapter op de controller. Zie RTU-verbinding.

Configuratie

Ga naar Configuratie → Net & markt → DSO RTU-instellingen.

  1. Zet de telecontroleprovider op Fluvius TCKv4.
  2. Vul het geïnstalleerd vermogen Pinst (kW) in zoals Fluvius het geregistreerd heeft. Leeg valt terug op het geïnstalleerd vermogen van de assetgroep.
  3. Vink in de tabel eronder de toestellen aan die in de geregistreerde assetgroep zitten. Enkel die toestellen worden gestuurd.
DSO RTU-instellingen met de provider Fluvius TCKv4 en het geïnstalleerd vermogen Pinst
Provider Fluvius TCKv4 met het geïnstalleerd vermogen Pinst.

Staat Fluvius TCKv4 niet in de keuzelijst, werk dan eerst de controller bij.

Wat Fluvius stuurt

Functie Wat het EMS doet
P-setpoint Bovengrens op de productie van de assetgroep, in % van Pinst. Negatief is productie: -40 % laat 40 % van Pinst toe, -100 % legt niets op.
Q-setpoint Doelwaarde voor het reactief vermogen, in % van Pinst, positief is inductief. Geldt enkel in Q-modus op afstand. Verdeeld over batterij en PV volgens hun geïnstalleerd vermogen.
Q-modus Lokaal of op afstand. Lokaal geldt de lokale reactieve werking.
Test Testwerking tijdens de indienstname.
Ontkoppelstatus De kast heeft de installatie ontkoppeld. Het EMS zet PV en batterij op 0 kW en start na herkoppeling opnieuw vanaf 0.

Wat het EMS terugmeldt

Een spiegeling van de Q-modus, de testwerking, het P-setpoint en het Q-setpoint zodra ze binnenkomen. Het EMS stuurt geen metingen: Fluvius meet P, Q en U op het aansluitpunt en P en Q per productie-eenheid zelf.

Noodstop

De ontkoppelschakelaar en zijn standmeldingen worden rechtstreeks op de kast bedraad, niet op de controller. De kast opent de schakelaar zelf en meldt dat via de ontkoppelstatus.

Lokale reactieve werking

In Q-modus lokaal legt de netstudie een reactief werkingspunt op: zolang de site injecteert 5 of 10 % van het geïnjecteerde vermogen inductief, en eventueel 32 % bij hoge netspanning. Stel het in onder Configuratie → Net & markt → Netinstellingen → Reactieve werking:

  • Inductief aandeel van het geïnjecteerde vermogen: 5 of 10 %, zoals in de studie.
  • Tweede werking bij hoge spanning (Uc): de voedingsspanning uit de studie. Leeg als de studie geen tweede werking vermeldt.

Het EMS regelt het reactief vermogen op het aansluitpunt met de batterij en de PV. Een Q-setpoint op afstand gaat altijd voor.

Indienstname

  • Vraag Pinst op bij Fluvius. Het is niet altijd het vermogen uit de studie.
  • Check dat de verbinding actief is en dat Fluvius een algemene uitvraag en een klokzetting doet.
  • Fluvius test met de testwerking: P-setpoint, Q-setpoint in beide modi en de ontkoppeling.

Zie Indienstname en certificatie.