Voltmasters-platform
Netwerkconfiguratie
Stel de IPv4-instellingen van de eigen interfaces van de EMS-controller vanuit het platform in, zonder toetsenbord op de site. Een verkeerde instelling maakt hem onbereikbaar.
Onder Configuratie → EMS-controller → Netwerkconfiguratie stel je de IPv4-instellingen van de eigen netwerkinterfaces van de controller in vanuit het platform, zonder dat je een toetsenbord en scherm op de site of een sessie op afstand nodig hebt. Op hetzelfde tabblad staat de netwerkcontrole.
Dit is het eigen netwerk van de controller, niet de netwerkinstellingen van de aangesloten toestellen. Een verkeerde configuratie kan de controller onbereikbaar maken, dus lees Toepassen wordt gecontroleerd en teruggedraaid voor je opslaat.

Ethernet op een statisch adres en in sync met de controller; USB1 niet in sync, omdat de controller een statisch adres draait dat het platform niet bewaard heeft.
De drie interfaces
Elke controller toont dezelfde drie interfaces, elk in zijn eigen kaart:
| Interface | Wat het is |
|---|---|
| Ethernet | De bekabelde netwerkpoort, de gewone verbinding met het lokale netwerk en het internet. |
| USB1 | De eerste USB-netwerkpoort, voor een toestel dat rechtstreeks aan de controller hangt. |
| USB2 | De tweede USB-netwerkpoort. |
De interfaces staan los van elkaar: je kan Ethernet op DHCP laten en USB1 een statisch adres geven, of omgekeerd.
Bij een Fluvius-aansluiting met Fall-Back Flex hangt de Netflex-RTU aan een USB-poort en verwacht die de controller op een vast adres. Het platform vult beide USB-poorten zelf met dat adres in, zodat het werkt welke poort de installateur ook gebruikt. Pas deze rijen niet met de hand aan; zie Fall-Back Flex.
Per interface: modus, adres en geavanceerd
Modus staat op DHCP of op Statisch.
- DHCP is de standaard van de controller en de opzet die de voorkeur krijgt. De interface krijgt zijn adres, zijn gateway en zijn DNS-servers van de router. Er is niets anders in te vullen.
- Statisch vraagt een IP-adres (CIDR): het adres zelf plus de prefixlengte in het tweede veld, bijvoorbeeld
192.168.0.3met/24. Onder Geavanceerd voeg je een gateway toe en tot drie DNS-servers (kommagescheiden).
Een interface die de internetverbinding draagt, heeft bij een statische instelling een gateway en DNS-servers nodig; zonder die twee heeft de controller wel een adres maar geen weg naar buiten en kan hij het platform niet bereiken. Een interface die enkel voor een rechtstreeks bekabeld toestel dient (zoals de RTU op een USB-poort) heeft geen van beide nodig.
Live status en de sync-badge
De kop van de kaart toont wat de controller zelf meldt. Open je het tabblad, dan vraagt het platform de controller naar zijn live netwerktoestand; met Status vernieuwen vraag je het opnieuw.
Onder de naam van de interface staat de huidige werkelijke toestand: de adressen die echt in gebruik zijn en de gateway die echt in gebruik is, of Geen verbinding gedetecteerd wanneer de link neer is. Dat is de echte toestand van de interface, wat bij DHCP het adres is dat de router uitgedeeld heeft.
De badge rechts vergelijkt de configuratie die op het platform bewaard is met de configuratie die de controller meldt:
| Badge | Betekenis |
|---|---|
| In sync | De controller draait exact wat het platform bewaard heeft. |
| Niet in sync | De controller draait iets anders. Beide staan naast elkaar: Opgeslagen op platform en Op controller. |
| Status onbekend | De controller heeft niet geantwoord. Hij staat waarschijnlijk offline; de bewaarde configuratie wordt getoond, zonder verdict. |
Een interface kan niet in sync staan omdat iemand ze op de controller zelf aangepast heeft, of omdat een wijziging opgeslagen is maar nog niet opgepikt. De controller past de bewaarde configuratie bij elke activatie van de configuratie opnieuw toe, dus een lokale wijziging wordt vanzelf weer overschreven.
Opslaan
Netwerkconfiguratie opslaan opent eerst een bevestiging met de geplande wijzigingen per interface, want dit is een instelling die de controller kan afsnijden. De knop blijft uit zolang er niets veranderd is tegenover wat er bewaard staat.
Een interface die het platform eerder niet beheerde, staat er ook als wijziging bij, ook wanneer de regel de standaard DHCP toont. Vanaf het moment dat je opslaat, beheert het platform alle drie de interfaces en past de controller ze opnieuw toe, waar het die interfaces voor het opslaan met rust liet.
Na de bevestiging wordt de configuratie bewaard en reist ze mee met de volgende activatie van de configuratie op de controller. De controller past ze zelf toe; de wijziging is niet onmiddellijk.
Toepassen wordt gecontroleerd en teruggedraaid
De controller past een netwerkconfiguratie niet blindelings toe. Hij bewaart eerst de vorige toestand, past dan de nieuwe configuratie toe, en gaat daarna na of hij het platform nog bereikt. Hij geeft de links ongeveer vijftien seconden om op te komen en probeert het dan een paar keer, zodat een mislukte wijziging binnen ongeveer anderhalve minuut vaststaat.
- Het platform is weer bereikbaar: de configuratie blijft staan en wordt als gecontroleerd vastgelegd.
- Het platform is niet bereikbaar: de controller zet de vorige configuratie terug, zodat hij weer online komt met de instellingen die hij ervoor had, en meldt het incident De netwerkconfiguratie werd teruggedraaid omdat de controller de verbinding verloor.
Een teruggedraaide configuratie komt niet op een zwarte lijst: ze blijft op het platform bewaard en wordt bij de volgende activatie van de configuratie volledig opnieuw geprobeerd. Verbeter de configuratie in het platform dus, in plaats van op een andere uitkomst te wachten. De momentopname wordt naar schijf geschreven voor de eerste wijziging, dus zelfs een stroomonderbreking tijdens het controlevenster wordt bij de volgende opstart teruggedraaid.
Een link die echt langer dan anderhalve minuut nodig heeft om op te komen (convergentie van spanning tree, een LTE-verbinding die opnieuw aanmeldt) wordt ook teruggedraaid. Is dat jouw situatie, sla de configuratie dan opnieuw op zodra de link staat.
Wie dit ziet
Het formulier voor de netwerkconfiguratie is voor Voltmasters-beheerders. Installateurs zien het tabblad wel, maar dan enkel met de netwerkcontrole erop.
Het tabblad vraagt ook controllersoftware die het toelaat om vanuit het platform ingesteld te worden. Op een oudere controller staat er in plaats van het formulier een bericht met een knop naar de controllerinstellingen, waar je de controller eerst kan bijwerken.
Voor de poorten en domeinen die de controller moet kunnen bereiken, zie Internet en netwerk.