Toestelintegraties
Data Manager
Ondersteunde toestellen: SMA Data Manager M (EDMM-10), M Lite (EDMM-10.A), L (EDML-10)
De SMA Data Manager bundelt de omvormers van een installatie achter één Modbus TCP-verbinding.
Ondersteunde toestellen
| Model | Typeaanduiding |
|---|---|
| SMA Data Manager M | EDMM-10 |
| SMA Data Manager M Lite | EDMM-10.A |
| SMA Data Manager L | EDML-10 |
Hoe de integratie werkt
De Data Manager geeft de samengetelde productie van alle aangesloten omvormers door. Het EMS regelt het actief vermogen af op installatieniveau, bijvoorbeeld bij negatieve prijzen, onder een vaste injectiegrens of bij nul-injectie.
Instellen
- Hang je computer aan hetzelfde LAN als de SMA Data Manager en open zijn IP-adres in een browser.
- Meld je aan als Installer.
- Zet de Modbus TCP-server aan (poort 502), zodat het EMS de installatie kan uitlezen en setpoints kan sturen.
- Zorg dat Modbus en de netbeheermodus ook op de gebundelde omvormers aanstaan, anders kan het afregelen niet doorwerken.
De Data Manager geeft de samengetelde productie door en stuurt de grens voor het actief vermogen van het EMS naar zijn omvormers. Voor omvormers die rechtstreeks aangesloten zijn, zonder Data Manager, zie Sunny Boy en Sunny Tripower.
Geef bij het toevoegen van het toestel het geïnstalleerde PV-vermogen van de installatie in. De Data Manager past de grens van het EMS toe als percentage van dat vermogen, dus een verkeerde waarde levert een verkeerde afregeling op. Datzelfde vermogen moet ook op de Data Manager zelf ingevuld staan, zie Reactief vermogen regelen (Data Manager).
Voor het reactief vermogen, dat je apart instelt en zijn eigen valkuilen heeft, zie Reactief vermogen regelen (Data Manager).