Naar de inhoud

Plaatsing en bekabeling

Waar je de Volt DIO plaatst en hoe je een relaisuitgang en een digitale ingang aansluit.

Zet een Volt DIO in de kast waar ze een relais moet schakelen of een contact moet lezen. De controller bereikt de module over het netwerk, dus de bedrading naar de relais en de contacten blijft kort en binnen de kast.

Hoeveel modules heb je nodig?

  • Eén module per kast waar je ingangen of uitgangen nodig hebt.
  • Een extra module in dezelfde kast wanneer je er meer dan 6 ingangen of 6 uitgangen nodig hebt.
flowchart TD
  CTL["Voltmasters-controller"] --> NW["netwerk van de installatie (Modbus TCP)"]
  NW -->|"netwerkkabel"| KA["Kast A: Volt DIO"]
  KA --> RA["relais en contacten"]
  NW -->|"netwerkkabel"| KB["Kast B: Volt DIO"]
  KB --> RB["relais en contacten"]

Eén module per kast: het aantal modules volgt de indeling van de installatie.

Aansluiten

Aansluitvoorbeeld van een Volt DIO. Ingang: de plus van een 24 VDC-voeding loopt via een normaal gesloten contact naar klem DI0, de min gaat naar klem COM 0. Uitgang: de fase L van 230 VAC gaat naar klem R0_C, klem R0_NO gaat naar A1 van de spoel van een contactor, A2 gaat naar de nulleider N. De contactor schakelt de last.

Een ingang met een nat contact, en een relaisuitgang die de spoel van een contactor schakelt.

  • Relaisuitgang. Elke uitgang is een potentiaalvrij, normaal open contact tussen de klemmen C en NO. Gebruik het als stuurcontact, in het spoelcircuit van een contactor of in een stop- of vrijgavecircuit. De contactor schakelt de last. Wat een uitgang rechtstreeks mag schakelen, staat in de technische specificaties.
  • Ingang met een nat contact. Zet 24 VDC via het contact op de ingang, en verbind de min met COM 0. Een gesloten contact leest hoog, een open contact laag.
  • Ingang met een droog contact. Sluit het contact aan tussen de ingang en GND.

De nummering van de klemmen staat bij Klemmenblok.

Netwerk en voeding

  • Hang elke module aan het netwerk van de installatie, hetzelfde netwerk dat de controller gebruikt.
  • Geef elke module een vast IP-adres en noteer het IP-adres, de poort en het Modbus slave-ID. Die heb je nodig om de module op het platform toe te voegen.
  • Voed de module van de 24 VDC-voeding van de kast.

Elke module heeft twee ethernetpoorten die als een kleine switch werken, dus je kan modules doorlussen. Een doorlus is wel één pad: een module die zonder voeding valt, snijdt ook de modules erachter af. Verbind een module die een noodstop draagt daarom rechtstreeks met de switch.

Volgende stappen

Volt DIODe module op het platform toevoegen en haar poorten toewijzen. Technische specificatiesHet schakelvermogen, de klemmen, het netwerk en de voeding.