Voltmasters-platform
Algemene instellingen
De projectinstellingen die bepalen hoe het EMS de energie beheert: projectgegevens, netbescherming, batterijstrategie en optimalisatie tegenover het energiecontract.
De projectinstellingen bepalen hoe het EMS de energie van dit project beheert: netbescherming, batterijstrategie en optimalisatie tegenover het energiecontract. Ze staan verspreid over een paar pagina's in het projectmenu, en deze pagina beschrijft ze allemaal in die volgorde.
| Instellingen | Waar je ze vindt |
|---|---|
| Projectgegevens, een project verwijderen | Instellingen → Algemeen |
| Netinstellingen, netaansluitingsreferenties | Configuratie → Net & markt → Netinstellingen |
| Strategie | Configuratie → Strategie |
| Energiecontract | Configuratie → Net & markt → Energiecontract |
Bewaar je wijzigingen met de knop Opslaan onderaan elke pagina.
Projectgegevens
Te vinden onder Instellingen → Algemeen.
| Veld | Omschrijving |
|---|---|
| Projectnaam | De naam van de klant of de site, zoals ze overal in het platform verschijnt. |
| Adres | Het fysieke adres waar de EMS-controller staat, ingevuld als straat, stad, postcode en land. |

Voltmasters EMS: projectgegevens
Netinstellingen
Te vinden onder Configuratie → Net & markt → Netinstellingen.
Kopmeter
Kies de energiemeter die als kopmeter (hoofdmeter) voor deze installatie dienstdoet. Dat is de meter die de totale uitwisseling met het elektriciteitsnet meet. Rapporten, dashboardcijfers en heel wat schermen met netgegevens gebruiken deze meter als hun eerste bron.
Netverbindingstype
Stel in of de installatie op Enkele fase of op Drie fasen zit, in overeenstemming met de echte netaansluiting op de site. Dat moet overeenkomen met wat op je aansluitingsdocument van de netbeheerder staat. Twijfel je, kijk je aansluitingsdocument na of vraag het aan je installateur.
Toegangsvermogen (afname) en Toegangsvermogen (injectie)
Het contractueel toegekende maximale vermogen van de netaansluiting, in kW: wat je van het net mag afnemen en wat je erop mag injecteren. Het EMS plant nooit voorbij die waarden.
Vul in wat je contract met de netbeheerder zegt, niets meer. Neemt de site langer dan 15 minuten meer af dan haar toegangsvermogen, dan kan Fluvius een piektariefsupplement aanrekenen.
Waar je je toegangsvermogen vindt: op mijnfluvius.be of in je aansluitingscontract. De injectiekant staat in datzelfde contract, en is vaak de som van de vermogens van de lokale productie-eenheden.
Op een aansluiting met drie fasen en een kopmeter die per fase meet, houdt het EMS ook elke fase apart binnen haar deel van deze grenzen, zodat een ongelijk belaste fase beschermd is ook wanneer het totaal nog onder de grens zit. Zie bescherming per fase onder lastbeheer.
Gewenste maandpiek (afname) en Gewenste maandpiek (injectie)
De piek die je deze maand niet wil overschrijden, in kW. Hier zet je de aansluiting strakker dan het contract toelaat: het EMS regelt tegen de lagere van het toegangsvermogen en de gewenste maandpiek. Ze mag niet hoger staan dan het toegangsvermogen. Staat ze gelijk aan het toegangsvermogen, dan legt ze geen extra grens op; zo staat ze ook ingevuld zolang er geen eigen waarde gekozen is.
Verandert de gewenste maandpiek op een datum die je al kent, dan kan je de nieuwe waarde vooraf inplannen, net zoals een nieuw toegangsvermogen.
Hoe laag je ze kan zetten, hangt af van hoeveel lokale energie (zon, batterij) er beschikbaar is. Hoe lager de piek, hoe meer het EMS op lokale productie en opslag moet leunen om eronder te blijven. Er is geen vaste formule; de waarde is site-specifiek en wordt doorgaans samen met je installateur bepaald.
Om je te helpen kiezen, staan onder de gewenste maandpiek voor afname de Verbruikspiek vorige maand en de Verbruikspiek deze maand: het hoogste kwartiergemiddelde van het eigen verbruik van de site in die maand. Dat is alles wat de site verbruikt heeft, ook het deel dat zon en batterij gedekt hebben, en niet wat van het net afgenomen werd. Die piek kan dus hoger liggen dan de afname op de kopmeter, en toont hoeveel lokale productie en opslag nodig zijn om onder een bepaalde maandpiek te blijven. De waarden zijn enkel ter informatie en verschijnen zodra er verbruiksmetingen voor die maand zijn.

Sturen op een gerealiseerde maandpiek
Een schakelaar onder de gewenste maandpiek voor afname, standaard uit. Hij is bedoeld voor de maand waarin het toch misloopt. Neemt de site een kwartier meer af dan de gewenste maandpiek, bijvoorbeeld door een onvoorzien hoog verbruik dat de batterij en de productie niet meer konden opvangen, dan staat het capaciteitstarief van die maand al op die hogere piek. Onder de lagere grens blijven sturen kost dan nog batterijcycli en afgeschakelde lasten, zonder dat het iets bespaart.
Staat de schakelaar aan, dan gebeurt het volgende:
- Eén keer per dag, 's nachts, zoekt het platform op de kopmeter het hoogste kwartiergemiddelde van de afname sinds het begin van de maand. Ligt dat boven de gewenste maandpiek, dan stuurt het EMS de rest van de maand op die gerealiseerde maandpiek, naar beneden afgerond op een hele kW. Een piek van overdag telt dus mee vanaf de volgende nacht.
- De pagina toont die waarde dan als een extra rij Gerealiseerde maandpiek, en de effectieve EMS-limiet rekent ermee.
- Het toegangsvermogen blijft de bovengrens en de veiligheidsmarge gaat er nog steeds af.
- Bij het begin van een nieuwe maand valt de limiet terug op de gewenste maandpiek.
De schakelaar geldt enkel voor afname, en heeft alleen effect wanneer er een kopmeter ingesteld is en de gewenste maandpiek lager staat dan het toegangsvermogen. Hij gaat in zodra je opslaat, ook als je voor de andere netinstellingen een ingangsdatum kiest. Zet je hem uit, dan vervalt een gerealiseerde piek meteen en stuurt het EMS opnieuw op de gewenste maandpiek.
Veiligheidsmarge (afname)
Veiligheidsmarge is een aparte schakelaar, voor installaties waar niet alle toestellen een setpoint nauwkeurig volgen. De marge gaat onder de gewenste maandpiek af, zodat een toestel dat er licht over gaat de site niet over de grens duwt:
Effectieve EMS-limiet = de lagere van het toegangsvermogen en de gewenste maandpiek, min de veiligheidsmarge
Stuurt het EMS deze maand op een gerealiseerde maandpiek, dan neemt die in de berekening voor afname de plaats in van de gewenste maandpiek.
De pagina toont dat resultaat per richting als de Effectieve EMS-limiet, met de live waarde ernaast, zodat je er meteen van kan aflezen waar het EMS echt tegen regelt.
Als vuistregel voor de marge: 2 tot 5 % van de piek voor installaties met stabiele energiestromen en snelle aansturing, 5 tot 10 % voor de meeste installaties, en meer dan 10 % waar de aansturing traag is, de metingen achterlopen, of er meerdere bronnen tegelijk kunnen pieken.
Veiligheidsmarge (injectie)
Dezelfde marge aan de injectiekant, die onder de gewenste maandpiek voor injectie afgaat. Ze werkt precies zoals de marge voor afname en wordt apart ingegeven, omdat de twee richtingen zelden dezelfde ruimte nodig hebben.
Een wijziging van het aansluitvermogen nu of later toepassen
Het toegangsvermogen volgt het vermogen in je contract met de netbeheerder. Verandert dat vermogen op een datum die je al kent (een nieuw aansluitingscontract, een verhoging na een uitbreiding, een seizoensregeling), dan plan je de nieuwe waarde vooraf in en hoef je ze niet op de dag zelf in te vullen. Hetzelfde kan voor de gewenste maandpiek, de veiligheidsmarges en het verbindingstype.
Zo plan je een wijziging in:
- Ga naar Configuratie → Net & markt → Netinstellingen.
- Vul de nieuwe waarden in, bijvoorbeeld een nieuw Toegangsvermogen in de kolom voor afname. Zodra een waarde afwijkt van wat nu geldt, verschijnt een waarschuwing met het veld Ingangsdatum van de nieuwe netinstellingen.
- Kies als ingangsdatum de eerste dag waarop de nieuwe waarden moeten gelden. Die ligt minstens twee dagen na vandaag, in de tijdzone van het project.
- Sla op en bevestig de wijziging.
Tot de wijziging toegepast is, blijven de huidige waarden gelden. Bovenaan de netinstellingen staat dan een blok Geplande wijziging netinstellingen met de geplande waarden, de ingangsdatum en de datum waarop het platform ze automatisch toepast.
Laat je de ingangsdatum leeg, dan gelden de nieuwe waarden meteen vanaf het opslaan.
Het platform past een geplande wijziging zelf toe, maar niet altijd op de ingangsdatum:
| De nieuwe waarden zijn | Wanneer ze toegepast worden |
|---|---|
| lager dan of gelijk aan de huidige | één kalenderdag voor de ingangsdatum, zodat het EMS tijd heeft om zich klaar te zetten voor je contract verandert |
| op een of ander veld hoger dan de huidige | om 00:00 op de ingangsdatum zelf, in de tijdzone van het project |
Pas je een toegangsvermogen of een gewenste maandpiek aan, dan vraagt de pagina bij het opslaan nog een bevestiging. Die waarden bepalen waar het EMS op stuurt en raken zowel je capaciteitstarief als je aansluitingscontract.
Goed om te weten:
- Een geplande wijziging legt alle netwaarden samen vast: beide toegangsvermogens, beide gewenste maandpieken, beide veiligheidsmarges en het verbindingstype. Moet bij een nieuw toegangsvermogen ook de gewenste maandpiek mee veranderen, pas die dan in dezelfde planning aan.
- Per project staat er hoogstens één wijziging ingepland. Een nieuwe planning vervangt de vorige, en gewijzigde netwaarden opslaan zonder ingangsdatum laat de geplande wijziging vervallen.
- Met Geplande wijziging van netlimieten annuleren trek je een geplande wijziging in. De huidige waarden blijven dan gelden.
- Is de wijziging toegepast, dan krijgen de installateurs van het project een mail met de nieuwe waarden.
- De kopmeter en de schakelaar Sturen op een gerealiseerde maandpiek worden niet ingepland: die gaan altijd meteen in bij het opslaan.
Zowel de wijziging als het moment waarop ze toegepast is, staan in het activiteitenlogboek van het project, zodat je altijd kan nagaan welke grenzen op een bepaald moment golden.
Plan een verhoging van het aansluitvermogen op de datum waarop het nieuwe vermogen echt contractueel wordt, niet op de datum waarop het toegekend is. Een hogere grens te vroeg toepassen laat het EMS meer vermogen trekken dan je contract toelaat, met een piektariefsupplement als gevolg.
Grenzen voor reactief vermogen bij afname en injectie
Deze twee velden bestaan nog niet in het platform. De sectie hieronder beschrijft hoe ze zullen werken zodra ze uitgerold zijn.
Naast de grenzen voor actief vermogen hierboven kan je begrenzen hoeveel reactief vermogen de installatie met het net mag uitwisselen. Beide velden zijn optioneel en staan in een percentage (0 tot 100 %). De waarde gaat rechtstreeks door naar de EMS-controller, die de installatie binnen de ingestelde band voor reactief vermogen houdt.
Deze grenzen volgen de conventie van Fluvius telecontrole (Netflex), dus de waarden die je hier ingeeft sluiten aan bij wat een netbeheerder over de telecontrole-interface zou vragen. Zie Hoe DSO RTU werkt voor de telecontrolekant van de regeling van reactief vermogen.
Wat reactief vermogen is
Actief vermogen (kW) doet het echte werk; reactief vermogen (kVAr) is het vermogen dat voortdurend heen en weer stroomt om transformatoren, motoren en kabels te magnetiseren. Het levert netto geen arbeid, maar het belast het net en verschuift de spanning op je aansluitpunt. Netbeheerders begrenzen daarom hoeveel reactief vermogen een installatie mag afnemen of injecteren.
Wat het percentage betekent
Beide velden zijn een percentage van het referentievermogen van de installatie: het samengetelde nominale vermogen van de flexibele assets die reactief vermogen kunnen leveren (de batterijomvormers en de PV-omvormers). De waarde 0 betekent dat er in die richting geen reactief vermogen uitgewisseld mag worden; 100 laat toe dat het volledige referentievermogen voor reactief vermogen ingezet wordt.
| Veld | Richting | Fysische betekenis |
|---|---|---|
| Grens reactief vermogen bij afname | Net → installatie (afname) | Het maximale inductieve reactieve vermogen dat de site mag afnemen. Inductief reactief vermogen is onderbekrachtigd en verlaagt de spanning op het aansluitpunt. |
| Grens reactief vermogen bij injectie | Installatie → net (injectie) | Het maximale capacitieve reactieve vermogen dat de site mag injecteren. Capacitief reactief vermogen is overbekrachtigd en verhoogt de spanning op het aansluitpunt. |
Samen bepalen de twee waarden de toegelaten band voor reactief vermogen op het aansluitpunt: van de injectiegrens aan de capacitieve kant tot de afnamegrens aan de inductieve kant. Het EMS verdeelt het nodige reactieve vermogen over de batterijen en de PV-omvormers, binnen de ruimte die elk toestel in schijnbaar vermogen heeft, en gaat nooit over deze grenzen.
Tekenconventie (Fluvius Netflex)
Fluvius gebruikt voor zowel de metingen als de setpoints het referentiekader van de verbruiker:
- Positief reactief vermogen stroomt van het net naar de installatie → inductief (onderbekrachtigd) → verlaagt de netspanning. Dat is de richting afname.
- Negatief reactief vermogen stroomt van de installatie naar het net → capacitief (overbekrachtigd) → verhoogt de netspanning. Dat is de richting injectie.
Voorbeeld
Stel dat de flexibele assets samen een referentievermogen van 100 kVA hebben, dat de afnamegrens op 33 staat en de injectiegrens ook op 33:
- De installatie mag maximaal 33 kVAr inductief van het net afnemen.
- De installatie mag maximaal 33 kVAr capacitief op het net injecteren.
- Het EMS houdt het netto reactieve vermogen op het aansluitpunt altijd binnen de band -33 % tot +33 %.
Fluvius raadt aan om setpoints voor reactief vermogen rond 33 % te houden en niet hoger, omdat van flexibele assets doorgaans maar ±33 % reactief vermogen gevraagd wordt (Synergrid C10/11). Vraag je installateur of je netbeheerder naar de juiste waarden voor jouw aansluiting.
Voor de gezaghebbende definitie, zie de sectie Q-regeling / Reactief vermogen van de technische specificatie Netflex DER van Fluvius.
Netaansluitingsreferenties
Te vinden op dezelfde pagina met de Netinstellingen, onder de netinstellingen zelf. De sectie verschijnt enkel voor Belgische projecten, omdat het datamandaat waar ze voor dient door Fluvius voor Belgische aansluitingen aangeboden wordt.
Je EAN-code is de unieke identificatie van je netkoppelpunt. Je vindt ze op je aansluitingscontract of op je elektriciteitsfactuur. In België is dat 18 cijfers, beginnend met 54. Voeg één referentie per meetpunt toe en kies of ze afname, productie of beide dekt.
De referenties hebben geen effect op de werking of de optimalisatie van het EMS. Ze identificeren de aansluiting naar de netbeheerder: een referentie is waarvoor een datamandaat aangevraagd wordt, waarmee het platform de officiële meetgegevens kan ophalen en vergelijken met de meting die op de site gebeurt.

Voltmasters EMS: netaansluitingsreferenties
Reactieve werking
Te vinden op dezelfde pagina met de Netinstellingen, onder de netaansluitingsreferenties. Alleen beheerders en installateurs met toegang tot het project zien en wijzigen deze sectie.
Bij een aansluiting met decentrale productie kan de netstudie van Fluvius een reactieve werking opleggen op het aansluitingspunt: zolang de site injecteert, moet ze inductief reactief vermogen opnemen in verhouding tot het actieve vermogen dat ze injecteert. Inductief reactief vermogen verlaagt de spanning op het aansluitingspunt, en dat maakt ruimte voor de injectie. Neem de waarden over uit de netstudie, en laat de sectie leeg als de studie geen reactieve werking oplegt.
Dit is iets anders dan de grenzen voor reactief vermogen bij afname en injectie hierboven. Die grenzen zijn een band waarbinnen het reactief vermogen moet blijven. De reactieve werking is een doel waar het EMS actief naartoe stuurt.
| Veld | Wat je invult |
|---|---|
| Inductief aandeel van het geïnjecteerde vermogen | Het aandeel dat de netstudie oplegt: 5 % (cos φ 0,999) of 10 % (cos φ 0,995). Laat het op Geen reactieve werking staan als de studie er geen oplegt. |
| Tweede werking bij hoge spanning (Uc) | De voedingsspanning Uc uit de studie, als de studie een tweede werking vermeldt. Ze bepaalt tussen welke netspanningen het aandeel naar 32 % inductief gaat. Laat het op Geen tweede werking staan als de studie er geen vermeldt, dan blijft het aandeel vast. |
Uc kan je pas kiezen als er een inductief aandeel ingesteld is. Maak je het inductief aandeel leeg, dan wordt Uc mee leeggemaakt.
Waar je de waarden in de netstudie vindt
- Inductief aandeel: onder Eisen m.b.t. reactief vermogen, deel Lokale reactieve werking. De studie geeft het werkingspunt als arbeidsfactor en als aandeel van P: een arbeidsfactor van 0,999 is Q = 5 % van P, 0,995 is Q = 10 % van P. Capacitieve werking is niet toegestaan, en het EMS stuurt ook nooit die kant op.
- Uc: de Opgegeven voedingsspanning Uc bij de aansluitingsdetails van de studie. Vul ze alleen in als Lokale reactieve werking een tweede werkingspunt vermeldt boven een bepaalde netspanning, met Q = 32 % van P. Die spanning vul je zelf niet in: het EMS leidt ze af uit Uc, en het is de spanning waarbij het aandeel 32 % bereikt.
- Niet in deze sectie: het deel Remote Q-regeling, met een Qmax en een Qmin, beschrijft de band die Fluvius via telecontrole kan opleggen. Die band komt binnen via de telecontrole en vul je hier niet in.

Een reactieve werking van 10 % inductief, met een tweede werking voor een voedingsspanning van 10,5 kV.
Hoe het EMS de reactieve werking toepast
- Alleen tijdens injectie. Het EMS houdt het reactief vermogen dat op het aansluitingspunt gemeten wordt inductief, op het gekozen aandeel van het geïnjecteerde actieve vermogen. Zolang de site afneemt, wordt er niets opgelegd. De regeling wordt pas losgelaten na 60 seconden afname, dus een korte dip naar afname schakelt ze niet uit.
- Een smalle band, geen exacte waarde. De band begint bij het vereiste aandeel en laat er wat ruimte boven: 2 % van het geïnjecteerde vermogen, met een minimum van 5 kVAr. Zo gaat het EMS geen meterruis achterna. Iets meer inductief dan vereist mag, want dat verlaagt de spanning alleen verder.
- Eerst de batterij, PV voor de rest. Het EMS vraagt het reactief vermogen eerst aan de batterijen en laat de PV-omvormers leveren wat overblijft. Alleen toestellen die het EMS kan aansturen doen mee, elk binnen zijn eigen grens voor schijnbaar vermogen.
- Een telecontrole-opdracht gaat voor. Stuurt Fluvius via telecontrole een opdracht voor reactief vermogen (Netflex, of TCKv4 in remote Q-modus), dan vervangt die opdracht de lokale reactieve werking. Met Netflex of TCKv4 in lokale Q-modus, of zonder telecontrole, geldt de reactieve werking wel.
Voorbeeld
De netstudie legt 10 % op en de site injecteert 400 kW. Het EMS houdt het reactief vermogen op het aansluitingspunt dan tussen 40 en 48 kVAr inductief: 10 % van 400 kW, met een band van 2 % van 400 kW (8 kVAr) erboven.
De tweede werking bij hoge spanning
Met een ingestelde Uc volgt het aandeel de netspanning. Het EMS neemt het gemiddelde van de lijnspanning op het aansluitingspunt over 60 seconden en gebruikt dat gemiddelde, niet de ogenblikkelijke waarde.
- Als de spanning stijgt boven een referentiespanning, klimt het aandeel geleidelijk van het basisaandeel naar 32 %, dat het bereikt bij een hoge spanning.
- Als de spanning weer daalt, zakt het aandeel geleidelijk terug, tussen de referentiespanning en een lagere spanning.
- Daartussen blijft het aandeel staan. Door die hysteresis schommelt de werking niet heen en weer met de spanning. Zonder spanningsmeting blijft het aandeel ook staan.
De lage spanning, de referentiespanning en de hoge spanning volgen uit de Uc die je kiest. Ze komen uit het Fluvius-document Reactief werkingspunt decentrale productie (versie 2.0, paragrafen 1.1 en 1.2), dat herzien kan worden. Daarom beschrijft deze pagina het gedrag en niet de waarden zelf.
Die spanningen zijn middenspanningswaarden, en het EMS vergelijkt ze met de lijnspanning die de meter op het aansluitingspunt doorgeeft. Het aandeel kan alleen bewegen als die meter de lijnspanning aan middenspanningszijde doorgeeft.
Bij een PV-installatie achter een SMA Data Manager hebben de setpoints voor reactief vermogen pas effect als reactief vermogen op de Data Manager zelf geactiveerd is. Zie Reactive power control (Data Manager).
Strategie
Te vinden onder Configuratie → Strategie.
Een strategie kiezen
De strategie bepaalt het hoofddoel van de batterij en de aanstuurbare toestellen.
| Strategie | Omschrijving |
|---|---|
| Voltmasters kostenoptimalisatie algoritme | Het EMS koopt en verkoopt energie op de financieel gunstigste momenten, op basis van de EPEX day-aheadprijzen en je energiecontract. Past het best bij dynamische energiecontracten. |
| Maximalizeer zelfvoorziening | De batterij dient vooral om het eigen verbruik van de lokaal geproduceerde energie (PV) te maximaliseren. De uitwisseling met het net wordt zo klein mogelijk gehouden. |
| Geen sturing | Het EMS stuurt de batterij en de andere toestellen niet actief aan. |
Vraag je installateur om raad als je niet zeker weet welke strategie het best bij je installatie en je energiecontract past.
Min Prijsverschil (€/MWh)
De minimale marge tussen de aankoop- en de verkoopprijs, in €/MWh, die er moet zijn voor het EMS energie via de batterij verhandelt. Een gebruikelijke startwaarde is €20/MWh. Je kan die drempel aanpassen om het systeem actiever of minder actief te maken in prijsgestuurde handel.
Dode zone netvermogen
Een kleine band rond nul waarbinnen het EMS niet bijstuurt. Dat voorkomt voortdurende kleine correcties en onnodige slijtage aan de aanstuurbare toestellen. Een gebruikelijke waarde is 0,5 kW.
Staat er een doelwaarde netvermogen ingesteld, dan ligt deze band rond die doelwaarde in plaats van rond nul.
Doelwaarde netvermogen
Het netvermogen waar de batterij naar balanceert in plaats van naar 0 kW. Laat het op 0 kW om de aansluiting naar nul te balanceren, wat de juiste waarde is voor een gewone installatie.
Een positieve waarde houdt zoveel afname staan. Gebruik ze op sites waar een extern toestel de zonneproductie afregelt om injectie te vermijden: het extra laden komt als afname naar boven, waardoor dat toestel meer productie vrijgeeft, die de batterij dan opslaat. Dat herhaalt zich tot de productie niet meer kan volgen, en de afname zich op deze waarde vastzet.
Hou de waarde klein, in de orde van een paar kW. Zodra de productie draait zonder overschot om vrij te geven, wordt de doelwaarde gewoon van het net gekocht. Zie doelwaarde netvermogen voor het volledige mechanisme en een uitgewerkt voorbeeld.

Een doelwaarde netvermogen van 4 kW, enkel toegepast zolang de installatie produceert.
Doelwaarde enkel bij productie
Bepaalt of de doelwaarde de klok rond geldt of enkel zolang de installatie produceert.
| Instelling | Gedrag |
|---|---|
| Aan (aangeraden) | De doelwaarde wordt begrensd door de actuele productie op de site, dus ze valt naar 0 kW wanneer er niets geproduceerd wordt en er 's nachts geen afname gekocht wordt. Productie onder de doelwaarde bouwt zich toch op, omdat elke stap meer productie vrijgeeft. |
| Uit | De doelwaarde wordt de klok rond aangehouden, dus de site blijft ze 's nachts en telkens wanneer er niets vrij te geven is van het net afnemen. |
Beide velden vragen een EMS-controller met versie 0.0.323 of nieuwer. Op een oudere controller blijven ze verborgen, omdat de balanceerlogica die op de doelwaarde mikt daar niet aanwezig is.
Peak Shaving Reserve (%)
Een percentage van de laadtoestand (SoC) van de batterij dat gereserveerd blijft om de netafname onder haar grens te houden. Zolang de SoC boven die reserve zit, gebruikt de actieve strategie de batterij vrij. Eronder wordt ontladen voor andere doelen geblokkeerd en wordt de reserve met voorrang weer aangevuld, maar de batterij mag nog altijd ontladen om het net op zijn afnamegrens te houden, voor elke last (gewoon verbruik zowel als DC-snelladen).
Zet deze waarde als de installatie haar afnamegrens nooit mag overschrijden (bijvoorbeeld bij een beperkte transformator of een beperkt aansluitvermogen), of als een deel van de batterijcapaciteit altijd beschikbaar moet blijven voor DC-snelladen. Zie piekafvlakkingsreserve voor hoe ze werkt, en vraag je installateur naar de gepaste waarde voor jouw installatie.
Batterij Load Balancing Strategie
Bepaalt hoe het vermogen over meerdere batterijomvormers verdeeld wordt wanneer er meer dan één is.
| Modus | Omschrijving |
|---|---|
| Cascade | De batterijomvormers komen een na een bij zodra er meer vermogen nodig is. De volgorde waarin ze bijkomen roteert regelmatig, om de slijtage gelijkmatig over alle toestellen te spreiden. |
| Pro Rata | Alle batterijen werken tegelijk. Het nodige vermogen wordt proportioneel verdeeld op basis van de resterende bruikbare capaciteit (kWh) van elke batterij, binnen de maximale laad- en ontlaadsnelheid van elk toestel. |
Verkopen via batterij-injectie
Staat deze optie aan, dan mag het EMS de batterij ontladen en de opgeslagen energie op het net injecteren wanneer de injectieprijs voldoende gunstig is.
Zet ze aan bij de strategie kostoptimalisatie met een dynamisch energiecontract, als je wil dat het systeem inkomsten haalt uit het verkopen van opgeslagen energie. Staat ze uit, dan plant en voert het EMS geen injectieverkoop via de batterij uit op basis van energieprijzen.
Netlading voor injectie
Staat deze optie aan (bovenop Verkopen via batterij-injectie), dan mag het EMS ook tijdens goedkope periodes energie van het net kopen puur om ze weer te verkopen op momenten met een hoge injectieprijs. Aankopen worden alleen gepland wanneer de injectieprijs de aankoopprijs overtreft na de verliezen heen en terug plus het minimale prijsverschil, zodat elk aankoop- en verkooppaar op zich winstgevend is.
Zet ze aan wanneer het verschil tussen de goedkope uren en de injectiepieken in je contract groot genoeg is om pure prijsarbitrage te laten lonen. Staat ze uit, dan verkoopt het EMS enkel energie die al in de batterij zit (of er vanzelf in loopt). Zie Energie verkopen aan het net voor hoe de twee opties samenwerken.

Voltmasters EMS: de strategie-instellingen
Load Shedding Prioriteiten
De prioriteitenlijst bestaat nog niet in het platform. De omschrijving hieronder is het ontwerp dat ze zal volgen.
Onder het strategieformulier bepaal je de Load Shedding Prioriteiten: de prioriteitsgroepen waarin het EMS flexibel verbruik afschakelt (de batterij laden, EV-laden, regelbare lasten) wanneer de netafname begrensd moet worden, of dat nu door de eigen afnamegrens van het project komt of door een setpoint van de netbeheerder zoals Fluvius Fall-Back Flex. Sleep toestellen in groepen; groep 1 wordt eerst gebruikt, en binnen een groep kiest het EMS de volgorde zelf. Toestellen onder Niet in de lijst worden nooit afgeschakeld. Zie Fall-Back Flex voor hoe de groepen tijdens een activatie gebruikt worden.

De prioriteitsgroepen voor Load Shedding op de pagina Strategie.
Energiecontract
Te vinden onder Configuratie → Net & markt → Energiecontract.
Contracttype
| Type | Omschrijving |
|---|---|
| Dynamisch | De energieprijzen worden afgerekend op basis van marktprijzen per kwartier of per uur (EPEX-spot). De prijs beweegt met de echte markt, waardoor het EMS beter kan optimaliseren. |
| Flexibel | De tarieven worden periodiek aangepast (bijvoorbeeld maandelijks of per kwartaal) maar blijven binnen die periode vast. |
| Vast | De prijs wordt vooraf voor de hele looptijd van het contract afgesproken en beweegt niet mee met de markt. |
| Vast (Spanje, tijdsblokken) | Een Spaans nettarief (3.0 TD, 6.1 TD of 6.2 TD) met een vaste prijs per tariefblok (P1 tot P6). Verschijnt enkel voor projecten in Spanje. |
Voor een volledige uitleg per contracttype, inclusief de Spaanse tijdsblokken en welke parameters elk type nodig heeft, zie Energiecontracten.
Schaalfactor verbruik
Een factor waarmee het gemeten verbruik vermenigvuldigd wordt om je echte afrekening bij je energieleverancier beter te benaderen. De waarde 1 betekent dat er geen correctie toegepast wordt. Gebruikt je leverancier aparte dag- en nachttarieven, neem dan het gemiddelde van de twee. Gebruikelijke waarden zijn 1 of 1,05.
Verbruikskost
De kost die je betaalt voor energie die je van het net haalt, in €/MWh. Je vindt die waarde in je energiecontract of je vraagt ze aan je energieleverancier.
Ken je die waarde niet, laat het veld dan leeg. Het EMS valt dan terug op standaardwaarden, maar dat maakt de berekeningen van de kostoptimalisatie minder nauwkeurig.
Consumptiedistributiekost
Het totaal van alle netkosten die per MWh op je elektriciteitsfactuur staan, in €/MWh. Je vindt dat in je energiecontract of op je elektriciteitsfactuur.
Tel alle kosten per MWh op je factuur op: transport, distributie, taksen en heffingen. Neem de maandelijkse of jaarlijkse kost voor het toegangsvermogen niet mee, want die is een vaste kost die niet per MWh berekend wordt.
Heb je de waarde niet, laat het veld dan leeg en gebruikt het EMS standaardwaarden.
Schaalfactor injectie
Een factor waarmee de gemeten injectie vermenigvuldigd wordt, met hetzelfde doel als de schaalfactor verbruik maar voor energie die op het net gezet wordt. Je vindt die in je energiecontract of je vraagt ze aan je leverancier. Laat je het veld leeg, dan gelden de standaardwaarden.
Injectiekost
De netto vergoeding of kost die bij het injecteren van energie op het net hoort, in €/MWh. Die waarde kan negatief zijn in periodes met negatieve marktprijzen. Je vindt ze in je energiecontract. Laat je het veld leeg, dan gelden de standaardwaarden.

Voltmasters EMS: de instellingen van het energiecontract
Een project verwijderen
Om dit project definitief te verwijderen, gebruik je de optie Verwijder project onderaan de pagina Instellingen → Algemeen.
Een project verwijderen is definitief en niet ongedaan te maken. Alle bijhorende gegevens, toestellen en instellingen verdwijnen.

Voltmasters EMS: een project verwijderen