Naar de inhoud

Fall-Back Flex

Hoe het Voltmasters EMS Fluvius Fall-Back Flex-aansluitingen ondersteunt: wat de formule betekent, hoe een activatie uitgevoerd wordt, hoe de day-ahead planning-API behandeld wordt, en hoe je instelt en opvolgt

Fall-Back Flex is een tijdelijke aansluitingsformule van Fluvius voor nieuwe of versterkte aansluitingen (vanaf 100 kVA) in gebieden met netcongestie. De klant sluit aan op het volledige gevraagde vermogen; in ruil moet de installatie haar netafname tijdelijk verlagen tot een setpoint zodra Fluvius plaatselijke congestie signaleert. De formule vervalt zodra de geplande netinvestering in de zone afgerond is, of ze wordt omgezet in een flexibele aansluitingsovereenkomst.

Fall-Back Flex is voor het EMS geen aparte verbinding: ze loopt bovenop de Fluvius Netflex DSO RTU-verbinding. Fluvius stuurt het setpoint door dezelfde RTU en dezelfde IEC 60870-5-104-interface die Fluvius beschrijft. Zones die het vragen, publiceren daarnaast een day-aheadplan via de planning-API van Fluvius, dat het EMS ook verwerkt.

Of een aansluiting in aanmerking komt voor Fall-Back Flex, en of day-aheadaansturing verplicht is, staat in de Fluvius-zonefiche van het congestiegebied. De commerciële parameters (P_base en het verlaagde vermogen P_red) komen uit het biedformulier dat met Fluvius afgesproken is.

De twee vermogensniveaus

Niveau Betekenis
P_base Het contractuele toegangsvermogen voor afname van de netaansluiting, zoals het op het biedformulier staat (inclusief vermogen dat nog aangevraagd is). Het is de 100 %-referentie van elk Fluvius-percentage, ook wanneer de eigen netinstellingen van het project (een gewenste maandpiek, een veiligheidsmarge) de installatie eronder houden.
P_red Het verlaagde vermogen uit het gegunde bod: het laagste setpoint dat Fluvius kan sturen, en dus de maximale netafname tijdens een activatie.

Alles tussen P_red en P_base is het flexibele volume (V = P_base − P_red): het deel van de aansluiting dat de installatie moet kunnen afstaan wanneer Fluvius activeert.

Het Fluvius-setpoint komt binnen als een percentage van P_base (MAXSETP). Een setpoint van 100 % betekent geen beperking; een setpoint van 70 % op een aansluiting van 1 MW betekent dat de netafname op het aansluitpunt niet boven 700 kW mag komen. Het setpoint is altijd een bovengrens, nooit de vraag om een vaste hoeveelheid af te nemen.

Hoe een activatie uitgevoerd wordt

Fluvius stuurt het setpoint door de Netflex RTU met redencode 1 (congestie) of 99 (reductietest), en het EMS spiegelt elk setpoint onmiddellijk terug naar Fluvius. Vanaf dat moment heeft de installatie 3 minuten om op of onder het setpoint te zitten, en ze moet daar blijven zolang het setpoint geldt. Activaties zijn 24/7 mogelijk, en omdat de controller lokaal werkt en de RTU-verbinding niet van een internetverbinding afhangt, wordt een activatie ook bij verbindingsproblemen correct uitgevoerd. Valt de RTU-verbinding zelf weg, dan blijft het EMS het laatst ontvangen setpoint toepassen: een setpoint vervalt nooit van zichzelf, het wordt alleen door het volgende vervangen.

Het EMS werkt op twee tijdschalen: het plant vooruit met het day-aheadplan waar Fluvius er een publiceert, en het regelt live op de netmeting zolang een setpoint actief is. De live regellus is er altijd, of een plan de beperking aangekondigd heeft of niet.

Vooraf: plannen met het day-aheadplan

In zones met day-aheadaansturing kent het EMS de beperkte kwartieren een dag op voorhand. Het gebruikt die kennis om het flexibele volume met zo weinig hinder mogelijk te leveren:

  • Batterijplanning. Elk gepland kwartier met een afnamegrens onder 100 % gaat als tekort te dekken naar de batterijplanning. De planning legt de batterij daar dan rond: ze laadt (uit PV-overschot of, wanneer de prijzen het toelaten, van het net) in de uren voor de beperking en houdt die energie apart, en tijdens de beperkte kwartieren ontlaadt de batterij om het verbruik van de site te dekken, zodat de netafname onder de geplande grens blijft. Een handmatige strategie-uitzondering op hetzelfde kwartier heft een geplande beperking niet op: de geplande beperking wint. Een tradingsignaal mag de batterij binnen de planning nog sturen, maar de geplande grens blijft zelf als maximum op de netafname gelden.
  • Grenzen voor het live setpoint binnenkomt. De geplande grens geldt als maximale netafname vanaf het begin van het kwartier, ook wanneer het live Netflex-setpoint nog niet gestuurd is of losser staat. Zijn ze beide aanwezig, dan geldt de strengste.
  • Lasten worden niet vooraf afgeschakeld. Regelbare lasten gaan alleen uit wanneer de live meting het vraagt, want ze vroeger afschakelen kost comfort of productie zonder winst: de batterij en de grens zelf houden het kwartier al binnen de lijnen. Lastafschakeling is de terugval wanneer de batterij de beperking niet alleen kan dragen.

Zonder day-aheadplan (zones met zuivere live aansturing) is er niets te plannen: de batterij volgt haar normale strategie tot er een setpoint binnenkomt, en de live regellus hieronder doet al het werk.

Op het moment zelf: live regelen

Zodra een setpoint onder 100 % actief is, laat het EMS een gesloten regellus op de netafname op het aansluitpunt lopen, één keer per seconde:

  1. Doelwaarde. De doelwaarde is het setpoint min een veiligheidsmarge (een klein percentage van P_base met een minimum in kW), zodat meetruis en korte pieken het kwartiergemiddelde niet boven het setpoint duwen.
  2. Overschot. Het overschot is wat de installatie op het punt staat af te nemen boven de doelwaarde: de huidige netmeting, gecorrigeerd voor wat al aan de flexibele toestellen gevraagd is maar nog niet in de meter zichtbaar is. Alleen het overschot wordt weggenomen; de rest van de site blijft ongemoeid.
  3. Prioriteitsgroepen. Het overschot wordt gedekt door de prioriteitsgroepen, groep 1 eerst, en binnen een groep gaan de modulerende toestellen (batterij, EV-laders) voor de geschakelde lasten. Wat elk type afstaat, staat hieronder. Twee regels tellen hier: het laden van de batterij wordt gestopt voor ze gevraagd wordt te ontladen, want laden tijdens een activatie verhoogt de netafname alleen, en het setpoint gaat voor op de normale strategie van de batterij zolang het geldt, dus een geplande lading, een tradingsignaal of eigenverbruikslogica kan de batterij tijdens een activatie niet doen afnemen.
  4. Nakijken op de meter, niet op de vraag. Na elke stap wacht het EMS een korte insteltijd (de meterlatentie plus een paar seconden) en kijkt het opnieuw naar de netmeting. Een last uitschakelen is geen garantie dat ze echt haar nominale vermogen afnam, en een batterij levert niet altijd wat gevraagd werd. Wat in de meting nog tekortkomt, wordt door het volgende toestel of de volgende groep gedekt; een toestel dat zijn grens 30 seconden niet volgt, wordt overgeslagen zodat het de escalatie niet kan blokkeren. De volledige afbouw moet binnen de responstijd van 3 minuten klaar zijn.
  5. Vasthouden. Zodra de meting op of onder de doelwaarde zit, stopt het EMS met escaleren en houdt het de grenzen vast. Het blijft kijken: groeit het verbruik tijdens de activatie (een machine start, een koelcel slaat aan), dan escaleert de lus verder; zakt het, dan komt er weer capaciteit vrij.
  6. Vrijgeven. Wanneer Fluvius het setpoint verruimt of beëindigt, of wanneer er ruimte onder de doelwaarde is, geeft het EMS het verbruik geleidelijk terug: in vermogensstappen van 10 % van P_base per minuut, het laatst afgeschakelde toestel eerst. Lasten blijven minstens 10 minuten uit en gepauzeerde EV-connectoren minstens 2 minuten, zodat niets aan en uit gaat pendelen. De batterij komt als laatste vrij: ze begint pas weer te laden zodra de lasten en laders terug zijn en de meting nog ruimte heeft.

De live regellus verlaagt alleen ooit de netafname. Ze vraagt de batterij nooit te injecteren en een last nooit aan te zetten om een waarde te halen: het setpoint is een bovengrens, en eronder blijven is altijd in orde.

De standaard netbeveiliging van het project blijft eronder actief: de zekeringbeveiliging op de energiemeter en de oscillatiepreventie lopen na Fall-Back Flex, dus een activatie kan nooit tot een overbelasting of een pendelend toestel leiden.

Wat elk type toestel doet

Type toestel Hoe het afgeschakeld wordt
Batterij Eerst wordt het laden geblokkeerd; is er meer nodig, dan ontlaadt de batterij om het verbruik te dekken, tot haar nominale vermogen en tot de energievloer die het EMS boven de minimale laadtoestand houdt (een batterij op haar minimale SoC telt als geen flexibiliteit). Haar flexibiliteit is dus tot twee keer haar nominale vermogen. Op een aansluiting met ook technische flex wordt een batterij in de geregistreerde assetgroep enkel gebruikt zover het assetsetpoint (MINSETAP) nog productie toelaat: vermogen van haar afnemen telt als productie van de assetgroep, een geblokkeerde lading net zo goed als een ontlading.
EV-laders De setpoints van de connectoren gaan precies met het tekort naar beneden, de connector met de laagste prioriteit eerst. Een connector die onder de minimale laadstroom zou vallen, wordt in plaats daarvan gepauzeerd, en blijft minstens 2 minuten gepauzeerd.
Regelbare lasten Worden in hun geheel uitgeschakeld via de IO-module. Het EMS kiest de last waarvan het nominale vermogen het best bij het resterende tekort past, zodat er zo weinig lasten mogelijk geschakeld worden. Een afgeschakelde last blijft minstens 10 minuten uit, zodat compressoren en boilers niet gaan pendelen.

Een aansluiting met beide aansturingen kan dus tegen twee verplichtingen tegelijk aanlopen: het setpoint op het aansluitpunt vraagt minder verbruik, terwijl het assetsetpoint begrenst wat de assetgroep mag produceren. Het EMS respecteert beide en haalt het setpoint uit de andere toestellen. Komen die tekort, dan meldt het dat de flexibiliteit op is in plaats van een van de twee opdrachten te breken, en dat is het moment om het tekort bij Fluvius aan te kaarten.

Noodstop

Het Netflex-commando noodstop verbruik wordt los van het setpoint uitgevoerd: elke flexibele verbruiker in de prioriteitenlijst (het laden van de batterij, EV-laden, lasten) gaat in één keer uit. De batterij wordt bij een noodstop niet gedwongen te ontladen.

Stappenplan voor installateurs

Fall-Back Flex zit bovenop een werkende Netflex-verbinding, dus de basisconfiguratie komt eerst: provider, noodstoppen, meetkanalen, assetgroep en toegangsvermogens, zoals Fluvius telecontrole instellen ze overloopt. De stappen hieronder zijn wat Fall-Back Flex daarbovenop toevoegt, in de volgorde waarin je ze doet.

  1. Verzamel de contractgegevens

    Uit het Fluvius-biedformulier en de zonefiche heb je nodig: P_base (contractueel toegangsvermogen voor afname, in kW), P_red (verlaagd vermogen, in kW), het assetkoppelpunt-id van de aansluiting, en of day-aheadaansturing voor de zone verplicht is. Voor een day-aheadzone heb je daarnaast de programma-id's nodig die Fluvius voor de aansluiting publiceert, en per programma op welk referentievermogen zijn percentages van toepassing zijn.

  2. Bestel het planningscertificaat en registreer het bij Fluvius

    Alleen voor day-aheadzones, en het is de moeite om hiermee te beginnen omdat de doorlooptijd het langst is. De klant bestelt een OV-clientcertificaat (2048 bits, maximaal één jaar) bij een erkende certificaatautoriteit; maak het sleutelpaar zelf aan en houd de private key bij.

    Zodra het certificaat uitgereikt is, stuur je het publieke certificaat naar Fluvius op FRPflex@fluvius.be, samen met het assetkoppelpunt-id waaraan het gekoppeld moet worden, en vraag je in dezelfde mail welke programma-id's de aansluiting zal krijgen. Stuur nooit de private key mee. Fluvius koppelt het certificaat aan de serverkant aan dat assetkoppelpunt, en alleen die koppeling doet de planning-API antwoorden: zolang ze niet bestaat, wordt een technisch perfect certificaat geweigerd met UNAUTHORIZED_CERTIFICATE. Wacht op de bevestiging van Fluvius voor je op de day-aheadaansturing rekent.

    Planningscertificaat overloopt de hele bestelling, de bestandsformaten en het vernieuwen.

  3. Kijk de netinstellingen na

    Zorg er onder Configuratie → Net & markt → Netinstellingen voor dat het toegangsvermogen voor afname gelijk is aan P_base uit het biedformulier. Die waarde is de 100 %-referentie van MAXSETP, dus een verkeerde P_base verschuift elke activatie. Laat je hem leeg, dan stuurt Fall-Back Flex helemaal niets: zonder 100 %-referentie kan geen percentage in kW omgezet worden, dus meldt het EMS het gat als incident in plaats van te gokken.

  4. Werk de basisconfiguratie van Netflex af

    Provider, noodstoppen, meetkanalen en de assetgroep, volgens Fluvius telecontrole instellen. Kijk op het DSO RTU-dashboard na of de verbinding staat en of elk setpoint 100 % leest voor je Fall-Back Flex aanzet.

  5. Zet Fall-Back Flex aan

    Zet in hetzelfde formulier Fall-Back Flex actief aan en vul P_red in. Zet voor day-aheadzones ook Day-aheadaansturing aan, vul het assetkoppelpunt-id in, som de day-aheadprogramma's op die Fluvius voor de aansluiting aangekondigd heeft met hun referentievermogen, en laad het clientcertificaat en de private key op die Fluvius geregistreerd heeft. Bewaar; de controller pikt de nieuwe configuratie binnen de minuut op.

  6. Maak het flexibele verbruik regelbaar

    Elk toestel dat je wil afschakelen, moet door het EMS aanstuurbaar zijn: batterijen en EV-laders via hun eigen integratie, andere lasten (boilers, warmtepompen, koeling, proceslasten) als regelbare lasten die via een relais van een IO-module geschakeld worden. Voeg ze onder Configuratie → Toestellen toe met hun nominale vermogen. Zonder aanstuurbare toestellen kan het EMS een activatie niet uitvoeren.

  7. Registreer het flexibele verbruik

    Vul in de DSO RTU-instellingen het geregistreerde flexibele verbruiksvermogen uit de zonefiche in en kijk na of kanaal 6 alles bevat wat dat vermogen dekt, de batterij inbegrepen. De dekkingscontrole onder Netflex-meetkanalen moet groen staan: wat Fluvius tijdens een activatie ziet zakken, is dat kanaal. Zie wat Fluvius bekijkt.

  8. Stel de Load Shedding Prioriteiten in

    Sleep de toestellen onder Configuratie → Strategie → Load Shedding Prioriteiten in prioriteitsgroepen (zie hieronder). Kijk de dekkingslijn na: het regelbare vermogen in de groepen moet minstens het flexibele volume P_base − P_red zijn. Toestellen die nooit afgeschakeld mogen worden, zet je onder Niet in de lijst.

  9. Test voor de indienstname met Fluvius

    Vraag de Voltmasters-ondersteuning om een testsetpoint op de controller te forceren (bijvoorbeeld 80 %) en kijk naar de pagina Fall-Back Flex: de netafname moet binnen 3 minuten onder het setpoint zakken en de uitvoering van de afschakeling moet tonen welke toestellen gebruikt zijn. Test ook de noodstop verbruik. Plan daarna de test voor de indienstname met Fluvius (redencode 99); Voltmasters helpt op afstand, zie Indienstname en certificatie.

  10. Houd het lopend

    Volg de incidenten Fall-Back Flex-setpoint niet gehaald en flexibiliteit uitgeput op; ze betekenen dat de prioriteitenlijst meer toestellen nodig heeft. Meld elke wijziging aan de installatie (assets erbij of eraf, een hoger piekvermogen) aan Fluvius: dat brengt een nieuwe reductietest met zich mee. Vernieuw het planningscertificaat voor het vervalt: het platform begint 60 dagen vooraf te mailen en de controller waarschuwt 30 dagen vooraf, zie Planningscertificaat.

Fall-Back Flex instellen

Fall-Back Flex zit in de DSO RTU-configuratie, onder Configuratie → Net & markt → DSO RTU-instellingen, met Fluvius Netflex als provider. De velden, in de volgorde waarin ze in het formulier staan:

Veld Wat je invult
Technische flex opgelegd Uit voor een aansluiting met alleen Fall-Back Flex. Aan wanneer de studie ook technische flex oplegt, want dan komen de assetkanalen erbij (zie meetkanalen).
Geregistreerd flexibel verbruiksvermogen Het flexibele verbruiksvermogen dat de zonefiche voor kanaal 6 registreert, in kVA. Vraag de klant de zonefiche: dit cijfer staat niet in het studiedocument.
Fall-Back Flex actief Aan voor een aansluiting met de Fall-Back Flex-formule.
P_base (gecontracteerd vermogen) Alleen lezen: het toegangsvermogen voor afname uit de netinstellingen van het project.
P_red (geboden vermogensgrens) Het verlaagde vermogen uit het gegunde bod. Het formulier tekent het resulterende flexibele volume V = P_base − P_red, zodat je beide tegen het biedformulier kan nakijken.
Day-aheadaansturing via de planning-API van Fluvius Aan wanneer de zonefiche "Day Ahead steering: yes" zegt. De velden hieronder verschijnen alleen dan.
Assetkoppelpunt-id Het assetkoppelpunt-id dat Fluvius aan de aansluiting toegekend heeft, uit het biedformulier of de zonefiche.
Basis-URL van de planning-API Laat leeg; vul alleen in wanneer Fluvius je een URL geeft die van de productie-URL afwijkt.
Day-aheadprogramma's Elk programma-id dat Fluvius voor de aansluiting aangekondigd heeft, elk met het referentievermogen waarop zijn percentages van toepassing zijn (zie Eén programma per aansturing).
Clientcertificaat, Private key, CA-keten Het OV-certificaat en zijn private key zoals ze bij Fluvius geregistreerd zijn (hoe je ze krijgt); de CA-keten van Fluvius is optioneel.
Voltmasters EMS: de sectie Fall-Back Flex in de Fluvius DSO RTU-instellingen, met P_base, P_red, de schakelaar voor de day-aheadplanning, de day-aheadprogramma's en het opladen van de certificaten

Fall-Back Flex in de Fluvius DSO RTU-instellingen: P_base komt uit de netinstellingen, P_red uit het bod; day-aheadaansturing voegt het assetkoppelpunt-id, de day-aheadprogramma's en het clientcertificaat toe.

Certificaat voor de planning-API

Fluvius authenticeert de planning-API uitsluitend met een clientcertificaat (mutual TLS); er zijn geen API-sleutels of wachtwoorden. Fluvius vraagt:

  • een OV-certificaat (organisatiegevalideerd) van een erkende certificaatautoriteit; zelfondertekende certificaten worden geweigerd;
  • een sleutel van minstens 2048 bits;
  • een geldigheid van maximaal één jaar; een vervangend certificaat moet 90 tot 15 dagen voor het verval bij Fluvius aangekondigd worden.

De klant bestelt het certificaat bij een commerciële certificaatautoriteit, en het publieke certificaat moet naar Fluvius gestuurd worden (FRPflex@fluvius.be) met het assetkoppelpunt-id, voor de API het aanvaardt. Planningscertificaat behandelt de hele cyclus: wat je klaarlegt, waar je er een koopt, hoe je de sleutel en de CSR aanmaakt, hoe je het certificaat bij Fluvius registreert, welke bestandsformaten het platform aanvaardt en hoe je zonder gat vernieuwt.

Het platform valideert het opladen (leesbaar certificaat, bijhorende private key, niet vervallen) en toont achteraf alleen de thumbprint en de vervaldatum. Vanaf 60 dagen voor de vervaldatum mailt het platform de projectleden die meldingen krijgen, en 30 dagen voor het certificaat vervalt, meldt het EMS een incident.

Wat Fluvius tijdens een activatie bekijkt

Fluvius rekent de naleving af op de factuurmeter op het aansluitpunt, maar de Netflex-kast kijkt ook naar het kanaal met het flexibele verbruik (kanaal 6): tijdens een setpoint verwacht de operator daar het vermogen te zien zakken. Wat in dat kanaal terechtkomt, moet dus met het dossier overeenkomen, en op een Fall-Back Flex-aansluiting is dat niet gewoon "de lasten":

  • Alles wat de zonefiche als flexibel verbruik meerekent, hoort in kanaal 6, de batterij inbegrepen. Een batterij onder 250 kVA valt niet onder technische flex, dus ze hoort niet in het opslagkanaal; op deze aansluitingen maakt ze in plaats daarvan deel uit van het flexibele verbruiksvermogen.
  • EV-laden blijft apart in kanaal 5, ook wanneer de laders deel uitmaken van het flexibele verbruiksvermogen.
  • Zonder technische flex blijven de assetkanalen (1, 2, 3, 4 en 7) leeg, ook voor PV of een batterij die het EMS zelf meet.

Het kanaal per toestel stel je in hetzelfde formulier met de DSO RTU-instellingen in, in de sectie Netflex-meetkanalen, die het ingestelde flexibele verbruik ook vergelijkt met het vermogen dat in de zonefiche geregistreerd staat. Meetkanalen legt de toewijzing uit en toont het formulier.

Voltmasters EMS: de flexomvang van het dossier, met de schakelaar voor technische flex en het geregistreerde flexibele verbruiksvermogen in kVA

De flexomvang van het dossier bepaalt welke kanalen Fluvius verwacht; het geregistreerde flexibele verbruiksvermogen is de referentie voor kanaal 6.

Een flexibel verbruiksvermogen dat ver onder het cijfer in de zonefiche ingesteld staat, is de klassieke fout: de operator ziet tijdens een activatie dan maar een deel van het geregistreerde volume zakken en rekent de dienst als niet geleverd, ook al heeft de installatie wel verlaagd. De controle in de sectie met de meetkanalen bestaat precies om dat te vangen.

Load Shedding Prioriteiten

Welke toestellen tijdens een activatie gebruikt worden, en in welke volgorde, stel je in onder Configuratie → Strategie → Load Shedding Prioriteiten. Dezelfde lijst gebruikt de standaardbeveiliging van het project op de netgrens, dus de afschakeling gedraagt zich hetzelfde wat de reden voor de grens ook is.

Toestellen worden in prioriteitsgroepen gesleept:

  • Groep 1 wordt eerst begrensd. Een latere groep komt alleen aan de beurt wanneer de eerdere groepen de gevraagde verlaging niet kunnen dekken.
  • Binnen een groep beslist het EMS de volgorde zelf: toestellen die kunnen moduleren (batterij, EV-laders) gaan voorop omdat ze precies het vermogen wegnemen dat nodig is; geschakelde lasten volgen, en het EMS kiest de last die het best bij het resterende tekort past (de grootste last die erin past, of de kleinste die het dekt), zodat het overschot en het aantal relaisschakelingen klein blijven. Bij een gelijke stand wordt de last met de meeste marge (een latere looptijddeadline, een kortere minimale looptijd) eerst afgeschakeld.
  • Toestellen onder Niet in de lijst worden nooit afgeschakeld, wat er ook gebeurt.
  • Elke kaart toont het regelbare vermogen van het toestel en of het gemoduleerd of geschakeld wordt. De dekkingslijn vergelijkt het totale regelbare vermogen in de groepen met de gevraagde verlaging (P_base − P_red), zodat je ziet of de lijst een activatie altijd kan uitvoeren.

Zonder bewaarde volgorde gebruikt het EMS haar standaard: batterijen eerst, dan EV-laders, dan de lasten.

Voltmasters EMS: prioriteitsgroepen voor Load Shedding met slepen en neerzetten, een zone Niet in de lijst en een dekkingscontrole tegen de gevraagde verlaging

Load Shedding Prioriteiten: toestellen worden in prioriteitsgroepen gesleept; de dekkingslijn toetst het totale regelbare vermogen aan het flexibele volume.

Zet elke last die je bereid bent af te werpen in een groep, ook de lasten die je enkel in het uiterste geval zou gebruiken. Een lijst die het flexibele volume niet kan dekken, betekent dat een activatie misschien niet volledig uitgevoerd wordt, en dat rekent Fluvius voor dat kwartier als een niet-geleverde dienst.

Day-aheadplanning

Voor zones met verplichte day-aheadaansturing publiceert Fluvius de verwachte grenzen ook een dag vooraf (en tot zes dagen vooraf) als kwartierintervallen via haar planning-API (een OpenADR 3.1-profiel). Het EMS:

  • haalt het plan elke minuut op en bevestigt elke nieuwe versie aan Fluvius. Eén leesbevestiging per versie is genoeg: Fluvius liet zowel de tweede bevestiging als het nalevingsrapport per kwartier vallen die haar specificatie oorspronkelijk vroeg;
  • past altijd de strengste toe van de geplande grens en het live Netflex-setpoint. Met een accuraat plan blijft de kast op 100 % en is het plan de enige grens; komt er toch congestie, dan duikt de kast onder het plan, en dan is de kast wat de installatie volgt;
  • houdt het laatst bevestigde plan lokaal bij, zodat een tijdelijk verlies van verbinding niets verandert aan wat de installatie doet;
  • gebruikt het plan om zich voor te bereiden: kwartieren met een geplande beperking gaan naar de batterijplanning, zodat de batterij voor de beperking geladen wordt en er tijdens ontlaadt, in plaats van pas af te werpen wanneer de grens bijt.

Een kwartier zonder beperking wordt op 100 % gepubliceerd (of -100 % aan de productiekant), en zo trekt Fluvius ook een eerder gepubliceerde opdracht in.

Eén programma per aansturing

Fluvius publiceert op dezelfde API een programma per aansturingsproduct, en de percentages van een programma verwijzen naar hetzelfde referentievermogen als de setpoints van haar kast:

Programma Setpoints van de kast De percentages zijn een deel van
Fall-Back Flex MAXSETP / MINSETP de contractuele capaciteit van de netaansluiting
T-Flex day-ahead MAXSETAP / MINSETAP het geregistreerde referentievermogen van de assets

Een aansluiting die aan beide aansturingen meedoet, krijgt beide programma's, en Fluvius legt zelf het verband tussen programma, klant en installatie: alles wat de API voor het certificaat van de aansluiting teruggeeft, geldt voor die aansluiting.

De payload zegt niet welk referentievermogen een programma gebruikt, dus de programma-id's die Fluvius voor de aansluiting aankondigt, staan onder Day-aheadprogramma's in de DSO RTU-instellingen, elk met zijn referentievermogen. Een programma dat binnenkomt zonder in de lijst te staan, wordt als een grens op het aansluitpunt gelezen en levert het incident day-aheadprogramma zonder referentievermogen op, zodat de toewijzing afgewerkt kan worden voor het tegen de verkeerde basis stuurt. Beperken twee programma's hetzelfde kwartier, dan geldt de laagste grens per referentievermogen.

Voltmasters EMS: de lijst met day-aheadprogramma's in de Fall-Back Flex-instellingen, met per Fluvius-programma-id het referentievermogen

Day-aheadprogramma's: elk programma-id dat Fluvius aankondigt, wordt aan het referentievermogen gekoppeld waarop zijn percentages van toepassing zijn.

Opvolgen

Projecten met Fall-Back Flex aan krijgen een pagina Fall-Back Flex in het projectmenu. De schakelaar Demo: voorbeeldgegevens tonen bovenaan die pagina vult elk blok met een voorbeeldactivatie, en dat is de eenvoudigste manier om te zien wat je mag verwachten voor de eerste echte (de figuren hieronder gebruiken ze). De pagina toont:

  • Statusbanner: of er een activatie loopt, sinds wanneer, en waarschuwingen wanneer de responstijd gemist werd of de prioriteitenlijst zonder flexibiliteit viel.
  • Balk met de netaansluiting: het gecontracteerde vermogen, de grens die nu geldt en de werkelijke netafname in één beeld, inclusief het deel van de aansluiting dat tijdelijk niet beschikbaar is.
  • Netverbruik en setpoint (vandaag): de netafname tegenover de geldende grens over de dag, met de afbouw aan het begin van een activatie.
  • Uitvoering van de afschakelvolgorde: per toestel, in prioriteitsvolgorde, hoeveel vermogen weggenomen werd en zijn toestand (begrensd, afgeschakeld, geblokkeerd, in wachtstand, of ongemoeid voor een toestel buiten de prioriteitenlijst).
  • Geschiedenis van de activaties: eerdere activaties met hun duur, het laagste setpoint, de reden (congestie of reductietest), het aantal kwartieren waarin de installatie onder het setpoint bleef, en het resultaat.
Voltmasters EMS: de pagina Fall-Back Flex met statusbanner, balk met de netaansluiting, vermogensgrafiek en de uitvoering van de afschakeling

De pagina Fall-Back Flex tijdens een activatie (voorbeeldgegevens): statusbanner, de balk met de netaansluiting en de netafname tegenover de geldende grens.

Voltmasters EMS: de uitvoering van de afschakelvolgorde en de geschiedenis van de activaties op de pagina Fall-Back Flex

Onder de grafiek (voorbeeldgegevens): de uitvoering van de afschakeling per toestel, in prioriteitsvolgorde en met de verlaging per toestel, en de geschiedenis van alle activaties met het aantal kwartieren in orde.

Het EMS-dashboard toont daarnaast een tegel Fall-Back Flex met de live status en een rij pictogrammen per toestel, zodat een lopende activatie in één oogopslag zichtbaar is.

Voltmasters EMS: de tegel Fall-Back Flex op het EMS-dashboard met een actieve modulatie en pictogrammen per toestel

De tegel Fall-Back Flex op het EMS-dashboard: de live status, het geldende setpoint en pictogrammen per toestel.

Incidenten

Het EMS meldt incidenten wanneer een activatie niet uitgevoerd kan worden:

Incident Ernst Betekenis
Fall-Back Flex-setpoint niet gehaald Kritiek De netafname zit 3 minuten nadat het setpoint verstrengd of overschreden werd nog boven het setpoint.
Fall-Back Flex-flexibiliteit uitgeput Waarschuwing Elk toestel in de prioriteitenlijst is afgeschakeld en de afname zit nog boven de doelwaarde.
Planning-API van Fluvius niet bereikbaar / rapport mislukt Kritiek / Waarschuwing Het day-aheadplan kon niet opgehaald worden, of de bevestiging van een plan kon na haar herhalingen niet afgeleverd worden.
Een planningsgebeurtenis van Fluvius werd geweigerd Waarschuwing Een gepubliceerd plan kon niet gelezen worden (een onverwachte structuur of een onverwacht interval). Dat plan wordt niet toegepast; het vorige blijft lopen.
Day-aheadprogramma zonder referentievermogen Waarschuwing Fluvius publiceerde een programma dat niet in de lijst met day-aheadprogramma's staat, dus worden zijn percentages tegen het aansluitpunt gelezen. Voeg het programma met zijn referentievermogen toe.
Planningscertificaat verloopt binnenkort / vervallen Waarschuwing / Kritiek Het clientcertificaat voor de planning-API vervalt binnen 30 dagen, of is vervallen.

Veelgestelde vragen

Is Fall-Back Flex hetzelfde als DSO RTU (telecontrole)?

Nee. DSO RTU is de algemene aansturingsverbinding met de netbeheerder. Fall-Back Flex is een specifieke aansluitingsformule die die verbinding gebruikt: Fluvius stuurt haar congestiesetpoints door dezelfde Netflex RTU. Een project kan Fluvius DSO RTU hebben zonder Fall-Back Flex, maar niet omgekeerd.

Waar komen P_base en P_red vandaan?

P_base is het contractuele toegangsvermogen voor afname van de netaansluiting en komt uit de netinstellingen van het project; het moet overeenkomen met de P_base op het Fluvius-biedformulier. Zonder die waarde stuurt Fall-Back Flex niet, want elk Fluvius-percentage heeft die 100 %-referentie nodig. P_red is het verlaagde vermogen waartoe de klant zich in het biedformulier verbonden heeft; je vult het één keer in wanneer je Fall-Back Flex aanzet.

Wat als het regelbare vermogen de gevraagde verlaging niet dekt?

De Load Shedding Prioriteiten vergelijken het totale regelbare vermogen van de toestellen in de groepen met de gevraagde verlaging (P_base min P_red) en waarschuwen wanneer het tekortkomt. Voeg dan meer toestellen aan de groepen toe (bijvoorbeeld lasten die via de IO-module geschakeld worden) of kijk na welke toestellen onder Niet in de lijst staan.

Schakelt een activatie alles uit?

Nee. Het EMS neemt alleen het vermogen weg dat nodig is om het setpoint te halen, groep per groep. Toestellen die kunnen moduleren, worden begrensd in plaats van uitgeschakeld, en latere groepen blijven ongemoeid wanneer de verlaging al gedekt is.

Welke day-aheadprogramma's moeten we invullen?

Die welke Fluvius voor de aansluiting aankondigt: één programma voor Fall-Back Flex, en een tweede wanneer de aansluiting ook aan T-Flex day-ahead meedoet. Vraag Fluvius de programma-id's wanneer je het certificaat registreert. Zolang een programma in de lijst ontbreekt, worden zijn percentages tegen het aansluitpunt gelezen, en dat is juist voor Fall-Back Flex maar verkeerd voor een assetaansturing, dus meldt het EMS het incident day-aheadprogramma zonder referentievermogen met het programma-id dat het gekregen heeft.

Hoe beoordeelt Fluvius of we nageleefd hebben?

Fluvius evalueert per kwartier, op de factuurmeter op het aansluitpunt: een kwartier waarin de netafname op of onder het setpoint bleef, telt als geleverd, een kwartier erboven als niet geleverd. Na een verandering van het setpoint heeft de installatie 3 minuten om na te leven. De geschiedenis van de activaties op de pagina Fall-Back Flex toont hetzelfde beeld per kwartier.

Hoe lang geldt Fall-Back Flex?

De formule is expliciet tijdelijk: ze vervalt zodra Fluvius de geplande netinvestering in de zone afgerond heeft, of ze wordt omgezet in een flexibele aansluitingsovereenkomst. De DSO RTU-verbinding zelf blijft daarna in gebruik.