DSO RTU
Fluvius
Telecontrole met Fluvius over de Netflex-interface (IEC 60870-5-104).
Fluvius doet telecontrole via zijn Netflex-interface, die op IEC 60870-5-104 (IEC-104) gebaseerd is. De Voltmasters EMS bouwt de Netflex-clientinterface volgens de Netflex-specificatie van Fluvius, datamodelversie 1.0, bijlage B.
Deze pagina beschrijft wat er over de verbinding gaat. De pagina's eronder dekken de rest:
- Fluvius telecontrole instellen: elke instelling op het platform, op rij, met het document waar elke waarde uit komt.
- Hoe de RTU-setpoints verwerkt worden: de basis van elk percentage, de volgorde van de regels en de formule achter elk ervan.
- Assetsetpoints (MAXSETAP en MINSETAP): de referentievermogens uit het Fluvius-register, en wat er meetelt op het virtuele assetkoppelpunt.
- Fall-Back Flex: de congestieformule die over diezelfde verbinding loopt.
- EME eCON+-paneel: Fluvius telecontrole doorgegeven via een paneel over Modbus TCP, in plaats van via een rechtstreekse Netflex-verbinding.
De verbinding
- Fysieke verbinding: de Fluvius-RTU hangt met een netwerkkabel aan de controller, via een ethernet-naar-USB-adapter op de controller. Elke USB-poort kan.
- Protocol: IEC 60870-5-104.
- Rol: het EMS is de server; de Fluvius-RTU verbindt ernaartoe als client.
- Poort: TCP
2404, de standaard voor IEC-104. - Gemeenschappelijk adres (ASDU):
100. Een algemene uitvraag wordt ook op het broadcastadres aanvaard. - Opstarten: na het verbinden wordt de link geïnitialiseerd (end of initialization), doet Fluvius een algemene uitvraag, en wordt de klok gelijkgezet vanaf de Fluvius-kant.
Zie RTU-verbinding voor de aansluiting op de site en de netwerkvereisten.
Wat Fluvius stuurt
De namen volgen de Netflex-specificatie.
Commando's
| Functie | Type | Omschrijving |
|---|---|---|
| Noodstop productie | Enkel commando | Alle injectie stilleggen: PV uit, batterij naar 0 kW. |
| Noodstop verbruik | Enkel commando | Alle afname stilleggen: batterij naar 0 kW, lasten uit. |
| Test | Enkel commando | Testwerking, gebruikt tijdens de certificatie. |
| Q-regelmodus | Dubbel commando | Kies de regeling van het reactief vermogen lokaal of op afstand. |
Setpoints (short floating point)
| Functie | Naam in de specificatie | Omschrijving |
|---|---|---|
| Max. productie op het aansluitpunt | MINSETP |
De maximale injectie, als percentage van het contractuele injectievermogen. |
| Max. afname op het aansluitpunt | MAXSETP |
De maximale afname, als percentage van het contractuele afnamevermogen. |
| Max. assetproductie | MINSETAP |
De maximale productie van de assets, als percentage van het geregistreerde referentievermogen voor productie. |
| Max. assetafname | MAXSETAP |
De maximale afname van de assets, als percentage van het geregistreerde referentievermogen voor afname. |
| Min. reactief vermogen | MINSETQ |
De ondergrens van de band voor reactief vermogen, als percentage van het geregistreerde referentievermogen voor productie. |
| Max. reactief vermogen | MAXSETQ |
De bovengrens van de band voor reactief vermogen, als percentage van het geregistreerde referentievermogen voor productie. |
| Reden P | REDENP |
De redencode bij de aansturing van het actief vermogen. |
| Reden Q | REDENQ |
De redencode bij de aansturing van het reactief vermogen. |
Elk setpoint is een bovengrens. Een waarde van 100 %, of -100 % aan de productiekant omdat die negatief binnenkomen, legt niets op; een lagere waarde topt de installatie af maar vraagt haar nooit om een bepaalde hoeveelheid te produceren of af te nemen.
Redencodes
| Code | Betekenis |
|---|---|
0 |
Normale werking |
1 |
Netcongestie |
99 |
Test, gebruikt tijdens de certificatie |
Wat het EMS terugmeldt
- Terugmelding die elk commando en elk setpoint spiegelt zodra het binnenkomt: de noodstoptoestanden, de Q-modus, de geldende grenzen voor P en Q, en de assetsetpoints, plus de versie van de interface.
- Periodieke metingen, elke 30 seconden, van het actief vermogen (P) en het reactief vermogen (Q), één bericht per waarde, gegroepeerd per meetkanaal.
Meetkanalen
| Kanaal | Categorie | Gerapporteerd vanuit |
|---|---|---|
| 1 | Zon | De PV-omvormers die in dit kanaal geregistreerd staan |
| 2 | Wind | De windturbines die in dit kanaal geregistreerd staan |
| 3 | WKK | De toestellen die eraan toegewezen zijn |
| 4 | Opslag | De batterijen die in dit kanaal geregistreerd staan |
| 5 | EV-laden | De laadpalen |
| 6 | Flexibel verbruik | De regelbare lasten, en de batterijen die als flexibel verbruik geregistreerd staan |
| 7 | Andere productie | De toestellen die eraan toegewezen zijn |
In welk kanaal een toestel belandt, volgt het Fluvius-dossier en niet het type toestel: je stelt het per toestel in onder Netflex-meetkanalen. Een toestel buiten de flexregistratie zet je op Niet gerapporteerd en het stuurt dan niets. Kanalen zonder toestellen worden als nul doorgegeven.
Fluvius gebruikt die metingen om zijn setpoints te toetsen: de som van de kanalen 1, 2, 3, 4 en 7 is het virtuele assetkoppelpunt waar MINSETAP en MAXSETAP tegen afgetoetst worden. Die vijf kanalen bevatten enkel de assets die onder technische flex vallen, en het zijn dezelfde assets waarvan de vermogens de referentievermogens vormen. Productie of opslag buiten de technische flex hoort in geen van die kanalen: ze draagt niet bij aan het virtuele assetkoppelpunt, ook al blijft het EMS ze aansturen voor de eigen optimalisatie van de site. Zie assetsetpoints.
Noodstoppen
Fluvius kan de productie en de afname los van elkaar stilleggen. Elke stop wordt bij elke regelcyclus in software afgedwongen en, via de relaisuitgangen die per kant ingesteld staan, ook fysiek op de installatie. Fluvius verwacht die fysieke onderbreking. De bekabeling en de instellingen staan op Noodstop en in stap 2 van de configuratie.
Certificatie
Een installatie met Fluvius telecontrole moet een certificatie op de site doorstaan voor Fluvius ze goedkeurt. De keurder stuurt de noodstoppen, de setpoints op het aansluitpunt, de assetsetpoints en de reactieve band met de redencode test, en kijkt de metingen na die terugkomen. Indienstname en certificatie beschrijft de reeks, wat Fluvius nakijkt, en hoe je tijdens de test elke waarde op het DSO RTU-dashboard volgt.