Naar de inhoud

DEIF

Ondersteunde toestellen: de generatorcontrollers DEIF AGC 150 en AGC 200 (genset) via Modbus TCP, voor Microgrid.

Ons EMS leest generatorsets uit en stuurt ze aan via een generatorcontroller DEIF AGC 150 of AGC 200, over Modbus TCP. De generator hoort bij een Microgrid: het EMS start hem als de batterij bij een netuitval bijna leeg is, geeft hem een vermogenssetpoint en stopt hem weer zodra de batterij opgeladen is.

De DEIF-modellen vragen een controllerversie met Microgrid: 0.0.339-10 of later voor de AGC 150 en 0.0.339-11 of later voor de AGC 200. Op een oudere controller worden de modellen niet aangeboden als je een toestel toevoegt.

Ondersteunde toestellen

Model Omschrijving
AGC 150 Generatorcontroller DEIF AGC 150
AGC 200 (genset) De gensetvarianten van de DEIF AGC 200-reeks, zoals de AGC 243. De varianten voor het net (mains) en de koppelschakelaar (bus tie) worden niet ondersteund.

Hoe de integratie werkt

  • Metingen: het actief vermogen van de set, zijn draaitoestand (bijvoorbeeld starten of synchroniseren) en de stand van zijn schakelaar GB, getoond op de toestelpagina en op het live schema.
  • Brandstof: het brandstofpeil, als de set een peilsensor heeft, en de brandstofteller van de motorsturing voor het microgridrapport.
  • Starten en stoppen: het EMS start de set onder de startdrempel van de microgridinstellingen en stopt hem boven de stopdrempel, rekening houdend met de minimale looptijd en de minimale stilstand.
  • Vermogenssetpoint: zolang de set draait, geeft het EMS hem een vermogenssetpoint tussen zijn minimale belasting en zijn nominaal vermogen, en verandert het dat niet sneller dan de vermogensgradiënt.
  • Incidenten: de alarmen van de generatorcontroller worden incidenten op het generatortoestel (zie hieronder).

De DEIF zelf blijft de motor starten, de set synchroniseren en hem beveiligen. Zet Aanstuurbaar uit in de toestelinstellingen als het EMS de generator alleen mag uitlezen en de sturing aan de generatorcontroller laat.

Instellen

  1. Bereid de generatorcontroller voor

    Laat de installateur van de generator het volgende nakijken op de DEIF:

    • De controller hangt aan hetzelfde netwerk als de Voltmasters-controller, met een vast IP-adres, en antwoordt via Modbus TCP op poort 502.
    • De werkingsmodus staat op AUTO. In SEMI-AUTO meldt de controller niet dat hij klaar is om te starten, en het EMS meldt het incident Generatorcontroller staat niet in automatische modus.
    • Het nominaal vermogen op de controller klopt met de set. Het EMS gebruikt het als basis voor de minimale belasting, de doelbelasting en de vermogensgradiënt.
    • Voor eilandwerking mag de set zijn schakelaar op een spanningsloze bus sluiten (op de DEIF: Enable GB black close). Zonder die instelling vormt de set nooit het eiland.
  2. Voeg de generator in het platform toe

    Voeg een toestel van het type Generator toe, met merk DEIF en model AGC 150 of AGC 200 (genset). Vul het IP-adres van de generatorcontroller in en kijk de vooraf ingevulde poort 502 na.

  3. Vul de generatorinstellingen in

    Open de toestelinstellingen en vul minstens het Nominaal vermogen en de Vermogensgradiënt in: zonder vermogensgradiënt zet de controller de generator niet in. Alle instellingen staan beschreven onder Microgrid configureren, samen met de start- en stopdrempels.

  4. Controleer

    Kijk op de toestelpagina na of het vermogen en de draaitoestand binnenkomen. Start de set, met akkoord van de site, een keer met een manual override (zie hieronder) en kijk na of hij online komt en een vermogenssetpoint volgt.

Backupgenerator

Heeft de site meer dan één generator, zet dan Backupgenerator aan in de toestelinstellingen van de set die alleen als reserve mag draaien. Het EMS start hem dan pas als geen andere generator van de site kan draaien: de andere set meldt niet dat hij klaar is om te starten, zijn start mislukte, hij is niet uit te lezen of hij wordt gestopt gehouden. Zodra een andere generator terug op de bus staat, stopt de backup weer na zijn minimale looptijd. Laat deze instelling uit op de hoofdgenerator.

Hulp-energiemeter

Een DEIF meldt zijn vermogen in hele kW. Wil je een nauwkeurigere meting, kies dan een energiemeter op de kabel van de generator als Hulp-energiemeter in de toestelinstellingen. Het EMS neemt het vermogen en de geproduceerde energie van de generator dan van die meter. Of de set draait en of zijn schakelaar dicht is, komt nog altijd van de generatorcontroller.

  • Je kunt alleen energiemeters van het project kiezen met het meettype Default, niet de netmeter.
  • Zet de tellerrichting van de meter op Geïnverteerd als hij de levering van de generator op zijn afnameteller boekt.

Manual overrides

Op het tabblad Manual override van de generator zijn twee overrides beschikbaar:

  • Generator start/stop: Start brengt de generator op om het vermogenssetpoint te dragen. Stop geeft de vermogensregeling terug aan de generatorcontroller en stopt de generator.
  • Generator vermogenssetpoint: een vermogenssetpoint start de generator niet. Het geldt alleen zolang de generator draait, begrensd tussen zijn minimale belasting en zijn nominaal vermogen.

De controller weigert een start of stop als de generator niet aanstuurbaar is of de toestand van de site het niet toelaat.

Incidenten

De alarmen van de DEIF worden incidenten op het generatortoestel, elk met een eigen naam. Onder meer:

  • Test van de startbatterij van de generator mislukt en Asymmetrie in de startbatterij van de generator
  • Onderspanning op de DC-voeding van de generatorcontroller en Overspanning op de DC-voeding van de generatorcontroller
  • Schakelbordfout bij de generatorcontroller
  • Generatorcontroller heeft een groep niet-essentiële lasten afgeschakeld
  • Digitale AVR van de generator meldt een fout
  • Motorsturing meldt een foutcode
  • Alarmen van de motor en de set, zoals Generatormotor draaide niet bij het starten, Oliedruk van de motor laag en Onderhoud van de generator vereist (onderhoudsteller 1)

De incidenten die de microgrid zelf over de generator meldt, zoals een generator die na zijn start niet online kwam, staan onder Microgridincidenten.