Naar de inhoud

DSO RTU-dashboard

Het DSO RTU-dashboard toont in realtime hoe de netbeheerder je installatie op dit moment beperkt via zijn Remote Terminal Unit, en somt elk commando op dat de RTU gestuurd heeft.

De pagina DSO RTU (Monitoring → DSO RTU) toont welke beperkingen de RTU van de netbeheerder op dit moment op je installatie legt, en daaronder de historiek van elk signaal dat de RTU gestuurd heeft.

Deze pagina verschijnt alleen voor projecten met een DSO RTU-verbinding. Zie je ze niet in het projectmenu, dan is er voor dat project geen verbinding ingesteld. Zie DSO RTU en RTU-verbinding.

De live momentopname

Het DSO RTU-dashboard, in het Engels, met drie genummerde delen. 1: de beperkingsbanner The RTU is currently constraining this site, met rechts het tijdstip van de laatste update. 2: Status & mode, met de regelmodus voor reactief vermogen Remote (setpoint) en de noodstops voor productie en verbruik, allebei Inactive. 3: Active setpoints: Max asset production 100 %, Max asset consumption 100 %, Max grid injection (NKP) 60 %, Max grid offtake (NKP) 100 %, Min reactive power (Q) -30 %, Max reactive power (Q) 30 %, Reason active power (P) Congestion en Reason reactive power (Q) Normal.

Een site onder een netinjectiegrens van 60 % en een reactieve band, gestuurd wegens congestie.

  1. Beperkingsbanner: of de RTU de site op dit moment beperkt, en wanneer de momentopname het laatst bijgewerkt is.
  2. Status & modus: de regelmodus voor het reactief vermogen (Q), lokaal via een curve of een van de modi op afstand, en of er een noodstop actief is voor productie (injectie) of verbruik (afname).
  3. Actieve setpoints: de grenzen die de RTU nu oplegt, als percentage van hun basis. 100 % betekent geen beperking.

De momentopname toont de recentste gegevens van de controller. Heeft de controller geen recente RTU-gegevens doorgegeven, dan meldt de pagina dat er niets recents binnengekomen is.

De kleur van de banner

De actieve setpoints

Setpoint Betekenis
Max. installatieproductie, Max. installatieafname Installatiegrenzen: de grens op de geregistreerde assets, als percentage van het referentievermogen dat de netbeheerder geregistreerd heeft.
Max. netinjectie (NKP), Max. netafname (NKP) Netgrenzen: de grens op het netkoppelpunt, als percentage van het contractuele aansluitvermogen.
PV-productiesetpoint, Batterijproductiesetpoint Een grens per productietype, alleen bij netbeheerders die die types apart aansturen. Een streepje betekent dat de RTU er geen doorgeeft.
Min. reactief vermogen (Q), Max. reactief vermogen (Q) De band voor het reactief vermogen, van belang in de Q-modi op afstand.
Reden actief vermogen (P), Reden reactief vermogen (Q) Waarom de netbeheerder stuurt: Normaal, Congestie of Test.

Installatiegrenzen tegenover netgrenzen

Installatiegrenzen begrenzen de assets zelf. Netgrenzen begrenzen wat er op het netkoppelpunt in of uit gaat. Het EMS past ze allebei toe, en de grens die het eerst knelt, begrenst de installatie.

RTU-historiek

De tabel RTU-historiek somt op wat de RTU gestuurd heeft, de nieuwste eerst:

Kolom Betekenis
Tijdstip Wanneer de controller de toestand vastlegde.
Type Wijziging wanneer een setpoint, een stop of een modus veranderde; Heartbeat voor de periodieke rij die weggeschreven wordt terwijl er niets verandert.
Status Beperkt wanneer een setpoint onder 100 % lag, er een stop actief was of een blindvermogenopdracht het blindvermogen beperkte, anders Geen beperking. Een Q-band van -100 % tot 100 % of een cos φ van 1 legt niets op.
Noodstop Geen, Productie, Verbruik, of allebei.
Max. productie, Max. verbruik De assetgrenzen die golden.
PV-setpoint, Batterijsetpoint De grenzen per type, bij netbeheerders die ze gebruiken.
Q-modus De regelmodus voor het reactief vermogen die gold.
Q-waarde De blindvermogenopdracht die bij de modus hoort: een Q-band als onder- en bovengrens (bijvoorbeeld 33% tot 100%), of het cos φ-doel. Krijgen PV en batterij een verschillende cos φ, dan staan ze er allebei. Andere modi tonen een leeg teken.

Met de Filters toon je Enkel wijzigingen (elk commando, zonder de heartbeats) of Enkel beperkingen. De periode staat standaard op de laatste zeven dagen en kan maximaal 31 dagen beslaan.

Tijdens een certificatie is de historiek het logboek van de commando's van de keurder, en toont de momentopname wat op dit moment geldt. Indienstname en certificatie legt uit wat je per teststap moet nakijken.

Veelgestelde vragen

Wat betekent een noodstop op het dashboard?

Een actieve noodstop betekent dat de netbeheerder de installatie opgedragen heeft om onmiddellijk te stoppen met injecteren (productie), met afnemen (verbruik) of met allebei. Het EMS voert dat uit op de aangesloten assets en stuurt de geconfigureerde relaisuitgangen aan. Zie Noodstop.

Waarom staan er rijen in de historiek terwijl er niets veranderde?

Dat zijn heartbeatrijen: de controller legt de toestand op een vast interval vast, zodat ook een lange periode zonder commando's zichtbaar gedekt is. Filter op Enkel wijzigingen om ze te verbergen.