Naar de inhoud

Volt AIO

De Volt AIO, de analoge IO-module van Voltmasters: 4-20 mA-ingangen en -uitgangen om een Fluvius-telecontrolekast versie 4 met analoge sturing te volgen.

De Volt AIO leest de setpoints van de telecontrolekast als stroom, stuurt ze als echo terug en leest de Q-modus. Zo is er geen PLC meer nodig tussen de kast en het EMS.

Wanneer heb je een Volt AIO nodig?

Een telecontrolekast versie 4 biedt de klant twee interfaces, en de klant gebruikt er één (Fluvius TAU341K01, paragraaf 2.3):

Interface Signalen Wat je nodig hebt
B1.2, IEC 60870-5-104 Setpoints en terugmeldingen over ethernet De RTU-verbinding van de controller
B1.1, analoog 4-20 mA en potentiaalvrije contacten op klemmenblok XGX101 Een Volt AIO

Werkt een bestaande kast vandaag analoog, bijvoorbeeld met een PLC van een andere partij, dan blijft dat zo: de klant mag in de kast van Fluvius niets wijzigen. De Volt AIO neemt dan de plaats van die PLC in. Een Netflex-kast werkt altijd over IEC 60870-5-104 en heeft geen Volt AIO nodig.

In een oogopslag

Kenmerk Waarde
Kanalen 6 analoge ingangen, 2 analoge uitgangen, 2 digitale ingangen en 2 digitale uitgangen.
Analoge signalen 4-20 mA, met een fout van hoogstens 0,02 mA per kanaal.
Bij verbindingsverlies De uitgangen gaan naar een vooraf ingestelde veilige waarde.

Hoe de signalen werken

Fluvius stuurt het P- en het Q-setpoint als stroom, en kiest de Q-modus met twee contacten. De Volt AIO stuurt beide setpoints als echo terug en meldt de Q-modus met twee contacten terug. Hoe je dat aansluit, staat bij de indienstname van de telecontrolekast versie 4.

Beide setpoints zijn een percentage van het geïnstalleerd vermogen Pinst:

Stroom Setpoint
4,000 mA -110 %
4,727 mA -100 %
12,000 mA 0 %
19,273 mA +100 %
20,000 mA +110 %
  • Fluvius stuurt in stappen van 10 %, dat is ongeveer 0,73 mA.
  • De echo moet dezelfde waarde terugsturen. Fluvius aanvaardt per kaart een afwijking van 0,1 mA. Ligt de echo verder af, dan beschouwt Fluvius het setpoint als niet ontvangen.
  • De installatie heeft 3 minuten om een nieuw setpoint te halen.

Wat het EMS met de setpoints en de Q-modus doet, staat op Telecontrolekast versie 4.

De module instellen

Stel de Volt AIO in voor je ze op de kast aansluit:

Instelling Waarde Waarom
Jumpers AI0 en AI1 Stroom Af fabriek staan de ingangen op spanning.
Jumpers AO0 en AO1 Stroom Af fabriek staan de uitgangen op spanning.
Bereik AI0 en AI1 4-20 mA In dit bereik werkt de draadbreukdetectie van de ingangen.
Meetmodus van de ingangen Normaal De snelle modus is minder nauwkeurig: ±0,5 % in plaats van ±0,1 %.
Bereik AO0 en AO1 0-20 mA Zo kan de veilige waarde 0 mA zijn. In het bereik 4-20 mA zou de laagste waarde 4 mA zijn, en die leest Fluvius als een geldige echo van -110 %.
Communicatiewatchdog Aan Af fabriek staat de watchdog uit. Zonder watchdog houden de uitgangen hun laatste waarde wanneer de verbinding met de controller wegvalt.
Veilige waarde AO0 en AO1 0 mA Valt de controller weg, dan ziet Fluvius een fout in plaats van een echo die een setpoint bevestigt dat niemand nog uitvoert.
Veilige waarde DO0 en DO1 Uit Beide terugmeldingen vallen af, en dat is geen geldige Q-modus.

Indienstname

Hoe je de keten test voor de afspraak met Fluvius, staat bij Telecontrolekast versie 4.

Volgende stappen

Plaatsing en bekabelingWaar de module komt, de voeding en het netwerk. Technische specificatiesDe ingangen, de uitgangen, het netwerk en het gedrag bij storing. Telecontrolekast versie 4 (TCKv4)Wat Fluvius stuurt en wat het EMS ermee doet.