Voltmasters-platform
Netinstellingen
De netinstellingen van een Voltmasters EMS-project: kopmeter en aansluitingstype, toegangsvermogen, gewenste maandpiek en veiligheidsmarges, een wijziging inplannen, de netaansluitingsreferenties en de reactieve werking.
Te vinden onder Configuratie → Net & markt → Netinstellingen.
Netaansluiting
Kopmeter
Kies de energiemeter die als kopmeter (hoofdmeter) voor deze installatie dienstdoet. Dat is de meter die de totale uitwisseling met het elektriciteitsnet meet. Rapporten, dashboardcijfers en heel wat schermen met netgegevens gebruiken deze meter als hun eerste bron.
Netverbindingstype
Stel in of de installatie op Enkele fase of op Drie fasen zit, in overeenstemming met de echte netaansluiting op de site. Dat moet overeenkomen met je aansluitingsdocument van de netbeheerder.
Toegangsvermogen (afname) en Toegangsvermogen (injectie)
Het contractueel toegekende maximale vermogen van de netaansluiting, in kW: wat je van het net mag afnemen en wat je erop mag injecteren. Het EMS plant nooit voorbij die waarden.
Vul in wat je contract met de netbeheerder zegt, niets meer. Neemt de site langer dan 15 minuten meer af dan haar toegangsvermogen, dan kan Fluvius een piektariefsupplement aanrekenen.
Waar je je toegangsvermogen vindt: op mijnfluvius.be of in je aansluitingscontract. De injectiekant staat in datzelfde contract, en is vaak de som van de vermogens van de lokale productie-eenheden.
Op een aansluiting met drie fasen en een kopmeter die per fase meet, houdt het EMS ook elke fase apart binnen haar deel van deze grenzen, zodat een ongelijk belaste fase beschermd is ook wanneer het totaal nog onder de grens zit. Zie bescherming per fase onder lastbeheer.
Maandpiek en veiligheidsmarges

- Toegangsvermogen, per richting.
- Gewenste maandpiek.
- Sturen op een gerealiseerde maandpiek.
- De verbruikspiek van vorige maand en van deze maand, ter info.
- Veiligheidsmarge.
- Effectieve EMS-limiet, met de live waarde. Hier 147 − 5 = 142 kW voor afname.
Gewenste maandpiek (afname) en Gewenste maandpiek (injectie)
De piek die je deze maand niet wil overschrijden, in kW. Hier zet je de aansluiting strakker dan het contract toelaat: het EMS regelt tegen de lagere van het toegangsvermogen en de gewenste maandpiek. Ze mag niet hoger staan dan het toegangsvermogen. Staat ze gelijk aan het toegangsvermogen, dan legt ze geen extra grens op; zo staat ze ook ingevuld zolang er geen eigen waarde gekozen is.
Verandert de gewenste maandpiek op een datum die je al kent, dan kan je de nieuwe waarde vooraf inplannen, net zoals een nieuw toegangsvermogen.
Hoe laag je ze kan zetten, hangt af van hoeveel lokale energie (zon, batterij) er beschikbaar is. Hoe lager de piek, hoe meer het EMS op lokale productie en opslag moet leunen om eronder te blijven.
Om je te helpen kiezen, staan onder de gewenste maandpiek voor afname de Verbruikspiek vorige maand en de Verbruikspiek deze maand: het hoogste kwartiergemiddelde van het eigen verbruik van de site in die maand. Dat is alles wat de site verbruikt heeft, ook het deel dat zon en batterij gedekt hebben, en niet wat van het net afgenomen werd. Die piek kan dus hoger liggen dan de afname op de kopmeter, en toont hoeveel lokale productie en opslag nodig zijn om onder een bepaalde maandpiek te blijven. De waarden zijn enkel ter informatie en verschijnen zodra er verbruiksmetingen voor die maand zijn.
Sturen op een gerealiseerde maandpiek
Een schakelaar onder de gewenste maandpiek voor afname, standaard uit. Hij is bedoeld voor de maand waarin het toch misloopt. Neemt de site een kwartier meer af dan de gewenste maandpiek, bijvoorbeeld door een onvoorzien hoog verbruik dat de batterij en de productie niet meer konden opvangen, dan staat het capaciteitstarief van die maand al op die hogere piek. Onder de lagere grens blijven sturen kost dan nog batterijcycli en afgeschakelde lasten, zonder dat het iets bespaart.
Staat de schakelaar aan, dan gebeurt het volgende:
- Eén keer per dag, 's nachts, zoekt het platform op de kopmeter het hoogste kwartiergemiddelde van de afname sinds het begin van de maand. Ligt dat boven de gewenste maandpiek, dan stuurt het EMS de rest van de maand op die gerealiseerde maandpiek, naar beneden afgerond op een hele kW. Een piek van overdag telt dus mee vanaf de volgende nacht.
- De pagina toont die waarde dan als een extra rij Gerealiseerde maandpiek, en de effectieve EMS-limiet rekent ermee.
- Het toegangsvermogen blijft de bovengrens en de veiligheidsmarge gaat er nog steeds af.
- Bij het begin van een nieuwe maand valt de limiet terug op de gewenste maandpiek.
De schakelaar geldt enkel voor afname, en heeft alleen effect wanneer er een kopmeter ingesteld is en de gewenste maandpiek lager staat dan het toegangsvermogen. Hij gaat in zodra je opslaat, ook als je voor de andere netinstellingen een ingangsdatum kiest. Zet je hem uit, dan vervalt een gerealiseerde piek meteen en stuurt het EMS opnieuw op de gewenste maandpiek.
Veiligheidsmarge (afname)
Veiligheidsmarge is een aparte schakelaar, voor installaties waar niet alle toestellen een setpoint nauwkeurig volgen. De marge gaat onder de gewenste maandpiek af, zodat een toestel dat er licht over gaat de site niet over de grens duwt:
Effectieve EMS-limiet = de lagere van het toegangsvermogen en de gewenste maandpiek, min de veiligheidsmarge
Stuurt het EMS deze maand op een gerealiseerde maandpiek, dan neemt die in de berekening voor afname de plaats in van de gewenste maandpiek.
De pagina toont dat resultaat per richting als de Effectieve EMS-limiet, met de live waarde ernaast, zodat je er meteen van kan aflezen waar het EMS echt tegen regelt.
Als vuistregel voor de marge: 2 tot 5 % van de piek voor installaties met stabiele energiestromen en snelle aansturing, 5 tot 10 % voor de meeste installaties, en meer dan 10 % waar de aansturing traag is, de metingen achterlopen, of er meerdere bronnen tegelijk kunnen pieken.
Veiligheidsmarge (injectie)
Dezelfde marge aan de injectiekant, die onder de gewenste maandpiek voor injectie afgaat. Ze werkt precies zoals de marge voor afname en wordt apart ingegeven, omdat de twee richtingen zelden dezelfde ruimte nodig hebben.
Een wijziging van het aansluitvermogen nu of later toepassen
Het toegangsvermogen volgt het vermogen in je contract met de netbeheerder. Verandert dat vermogen op een datum die je al kent (een nieuw aansluitingscontract, een verhoging na een uitbreiding, een seizoensregeling), dan plan je de nieuwe waarde vooraf in en hoef je ze niet op de dag zelf in te vullen. Hetzelfde kan voor de gewenste maandpiek, de veiligheidsmarges en het verbindingstype.
Zo plan je een wijziging in:
- Vul de nieuwe waarden in, bijvoorbeeld een nieuw Toegangsvermogen in de kolom voor afname. Zodra een waarde afwijkt van wat nu geldt, verschijnt een waarschuwing met het veld Ingangsdatum van de nieuwe netinstellingen.
- Kies als ingangsdatum de eerste dag waarop de nieuwe waarden moeten gelden. Die ligt minstens twee dagen na vandaag, in de tijdzone van het project.
- Sla op en bevestig de wijziging.
Tot de wijziging toegepast is, blijven de huidige waarden gelden. Bovenaan de netinstellingen staat dan een blok Geplande wijziging netinstellingen met de geplande waarden, de ingangsdatum en de datum waarop het platform ze automatisch toepast.
Laat je de ingangsdatum leeg, dan gelden de nieuwe waarden meteen vanaf het opslaan.
Het platform past een geplande wijziging zelf toe, maar niet altijd op de ingangsdatum:
| De nieuwe waarden zijn | Wanneer ze toegepast worden |
|---|---|
| lager dan of gelijk aan de huidige | één kalenderdag voor de ingangsdatum, zodat het EMS tijd heeft om zich klaar te zetten voor je contract verandert |
| op een of ander veld hoger dan de huidige | om 00:00 op de ingangsdatum zelf, in de tijdzone van het project |
Pas je een toegangsvermogen of een gewenste maandpiek aan, dan vraagt de pagina bij het opslaan nog een bevestiging. Die waarden bepalen waar het EMS op stuurt en raken zowel je capaciteitstarief als je aansluitingscontract.
Goed om te weten:
- Een geplande wijziging legt alle netwaarden samen vast: beide toegangsvermogens, beide gewenste maandpieken, beide veiligheidsmarges en het verbindingstype. Moet bij een nieuw toegangsvermogen ook de gewenste maandpiek mee veranderen, pas die dan in dezelfde planning aan.
- Per project staat er hoogstens één wijziging ingepland. Een nieuwe planning vervangt de vorige, en gewijzigde netwaarden opslaan zonder ingangsdatum laat de geplande wijziging vervallen.
- Met Geplande wijziging van netlimieten annuleren trek je een geplande wijziging in. De huidige waarden blijven dan gelden.
- Is de wijziging toegepast, dan krijgen de installateurs van het project een mail met de nieuwe waarden.
- De kopmeter en de schakelaar Sturen op een gerealiseerde maandpiek worden niet ingepland: die gaan altijd meteen in bij het opslaan.
Zowel de wijziging als het moment waarop ze toegepast is, staan in het activiteitenlogboek van het project, zodat je altijd kan nagaan welke grenzen op een bepaald moment golden.
Plan een verhoging van het aansluitvermogen op de datum waarop het nieuwe vermogen echt contractueel wordt, niet op de datum waarop het toegekend is. Een hogere grens te vroeg toepassen laat het EMS meer vermogen trekken dan je contract toelaat, met een piektariefsupplement als gevolg.
Netaansluitingsreferenties
De sectie verschijnt enkel voor Belgische projecten, omdat het datamandaat waar ze voor dient door Fluvius voor Belgische aansluitingen aangeboden wordt.
Je EAN-code is de unieke identificatie van je netkoppelpunt. Je vindt ze op je aansluitingscontract of op je elektriciteitsfactuur. In België is dat 18 cijfers, beginnend met 54. Voeg één referentie per meetpunt toe en kies of ze afname, productie of beide dekt.
De referenties hebben geen effect op de werking of de optimalisatie van het EMS. Ze identificeren de aansluiting naar de netbeheerder: een referentie is waarvoor een datamandaat aangevraagd wordt, waarmee het platform de officiële meetgegevens kan ophalen en vergelijken met de meting die op de site gebeurt.

Reactieve werking
Alleen installateurs met toegang tot het project zien en wijzigen deze sectie.
Bij een aansluiting met decentrale productie kan de netstudie van Fluvius een reactieve werking opleggen op het aansluitingspunt: zolang de site injecteert, moet ze inductief reactief vermogen opnemen in verhouding tot het actieve vermogen dat ze injecteert. Inductief reactief vermogen verlaagt de spanning op het aansluitingspunt, en dat maakt ruimte voor de injectie. Neem de waarden over uit de netstudie, en laat de sectie leeg als de studie geen reactieve werking oplegt.
| Veld | Wat je invult |
|---|---|
| Inductief aandeel van het geïnjecteerde vermogen | Het aandeel dat de netstudie oplegt: 5 % (cos φ 0,999) of 10 % (cos φ 0,995). Laat het op Geen reactieve werking staan als de studie er geen oplegt. |
| Tweede werking bij hoge spanning (Uc) | De voedingsspanning Uc uit de studie, als de studie een tweede werking vermeldt. Ze bepaalt tussen welke netspanningen het aandeel naar 32 % inductief gaat. Laat het op Geen tweede werking staan als de studie er geen vermeldt, dan blijft het aandeel vast. |
Uc kan je pas kiezen als er een inductief aandeel ingesteld is. Maak je het inductief aandeel leeg, dan wordt Uc mee leeggemaakt.
Waar je de waarden in de netstudie vindt
- Inductief aandeel: onder Eisen m.b.t. reactief vermogen, deel Lokale reactieve werking. De studie geeft het werkingspunt als arbeidsfactor en als aandeel van P: een arbeidsfactor van 0,999 is Q = 5 % van P, 0,995 is Q = 10 % van P. Capacitieve werking is niet toegestaan, en het EMS stuurt ook nooit die kant op.
- Uc: de Opgegeven voedingsspanning Uc bij de aansluitingsdetails van de studie. Vul ze alleen in als Lokale reactieve werking een tweede werkingspunt vermeldt boven een bepaalde netspanning, met Q = 32 % van P. Die spanning vul je zelf niet in: het EMS leidt ze af uit Uc, en het is de spanning waarbij het aandeel 32 % bereikt.
- Niet in deze sectie: het deel Remote Q-regeling, met een Qmax en een Qmin, beschrijft de band die Fluvius via telecontrole kan opleggen. Die band komt binnen via de telecontrole en vul je hier niet in.

Een reactieve werking van 10 % inductief, met een tweede werking voor een voedingsspanning van 10,5 kV.
Hoe het EMS de reactieve werking toepast
- Alleen tijdens injectie. Het EMS houdt het reactief vermogen dat op het aansluitingspunt gemeten wordt inductief, op het gekozen aandeel van het geïnjecteerde actieve vermogen. Zolang de site afneemt, wordt er niets opgelegd. De regeling wordt pas losgelaten na 60 seconden afname, dus een korte dip naar afname schakelt ze niet uit.
- Een smalle band, geen exacte waarde. De band begint bij het vereiste aandeel en laat er wat ruimte boven: 2 % van het geïnjecteerde vermogen, met een minimum van 5 kVAr. Zo gaat het EMS geen meterruis achterna. Iets meer inductief dan vereist mag, want dat verlaagt de spanning alleen verder.
- Eerst de batterij, PV voor de rest. Het EMS vraagt het reactief vermogen eerst aan de batterijen en laat de PV-omvormers leveren wat overblijft. Alleen toestellen die het EMS kan aansturen doen mee, elk binnen zijn eigen grens voor schijnbaar vermogen.
- Een telecontrole-opdracht gaat voor. Stuurt Fluvius via telecontrole een opdracht voor reactief vermogen (Netflex, of TCKv4 in remote Q-modus), dan vervangt die opdracht de lokale reactieve werking. Met Netflex of TCKv4 in lokale Q-modus, of zonder telecontrole, geldt de reactieve werking wel.
Voorbeeld
De netstudie legt 10 % op en de site injecteert 400 kW. Het EMS houdt het reactief vermogen op het aansluitingspunt dan tussen 40 en 48 kVAr inductief: 10 % van 400 kW, met een band van 2 % van 400 kW (8 kVAr) erboven.
De tweede werking bij hoge spanning
Met een ingestelde Uc volgt het aandeel de netspanning. Het EMS neemt het gemiddelde van de lijnspanning op het aansluitingspunt over 60 seconden en gebruikt dat gemiddelde, niet de ogenblikkelijke waarde.
- Als de spanning stijgt boven een referentiespanning, klimt het aandeel geleidelijk van het basisaandeel naar 32 %, dat het bereikt bij een hoge spanning.
- Als de spanning weer daalt, zakt het aandeel geleidelijk terug, tussen de referentiespanning en een lagere spanning.
- Daartussen blijft het aandeel staan. Door die hysteresis schommelt de werking niet heen en weer met de spanning. Zonder spanningsmeting blijft het aandeel ook staan.
De lage spanning, de referentiespanning en de hoge spanning volgen uit de Uc die je kiest. Ze komen uit het Fluvius-document Reactief werkingspunt decentrale productie (versie 2.0, paragrafen 1.1 en 1.2), dat herzien kan worden. Daarom beschrijft deze pagina het gedrag en niet de waarden zelf.
Die spanningen zijn middenspanningswaarden, en het EMS vergelijkt ze met de lijnspanning die de meter op het aansluitingspunt doorgeeft. Het aandeel kan alleen bewegen als die meter de lijnspanning aan middenspanningszijde doorgeeft.
Bij een PV-installatie achter een SMA Data Manager hebben de setpoints voor reactief vermogen pas effect als reactief vermogen op de Data Manager zelf geactiveerd is. Zie Reactive power control (Data Manager).