Elke zonne-installatie, thuisbatterij of bedrijfsbatterij die op het Belgische distributienet aangesloten wordt, moet voldoen aan C10/11, het technisch voorschrift van Synergrid. Synergrid stelt nu een aanpassing voor onder de naam Grid Update. De aanleiding is de grote stroompanne in Spanje en Portugal in april 2025: Synergrid wil het net sneller robuuster maken, zonder te wachten op de nieuwe Europese netcode RfG 2.0 waarvoor een volledige herziening van C10/11 gepland is.
Nog een voorstel
Dit is een tekstvoorstel in openbare consultatie tot 1 december 2026. De cijfers hieronder kunnen nog veranderen, en vanaf wanneer de nieuwe regels gelden en wat er met bestaande installaties gebeurt, staat nog niet vast.
1. Omvormers mogen minder snel afschakelen
Bij een korte dip of piek in spanning of frequentie moeten zonnepanelen en batterijen langer blijven draaien. In het voorstel schakelt het automatisch scheidingssysteem pas af na een vertraging van meestal 3 seconden, bijvoorbeeld bij 115 % of 80 % van de normale spanning, of bij 51,5 Hz of 47,5 Hz.
De reden is eenvoudig. Als duizenden omvormers tegelijk afschakelen bij een kleine storing, verdwijnt er plots veel productie van het net en wordt die storing net groter. Dat effect speelde mee in Spanje en Portugal.
Ook de eilanddetectie verandert. In een nieuw extern ontkoppelrelais moeten ROCOF (de snelheid waarmee de frequentie verandert) en een nauwer frequentievenster aanwezig zijn. De oudere methode met vectorsprong moet er uitgeschakeld zijn en blijft enkel toegelaten voor bestaande installaties. Daarnaast mag niets in de installatie de productie systematisch loskoppelen zolang spanning en frequentie binnen de normale grenzen blijven.
2. Omvormers helpen de spanning laag houden
In wijken met veel zonnepanelen loopt de spanning op zonnige dagen op. Wordt ze te hoog, dan schakelen omvormers af en verliest de eigenaar opbrengst. Het voorstel maakt Q(U) daarom standaard en verplicht op laagspanning.
Zo werkt het. Vanaf 105 % van de normale spanning (ongeveer 241 V) neemt de omvormer automatisch een beetje reactief vermogen op. Dat drukt de spanning, zonder dat er minder zonnestroom geleverd wordt. Hoe hoger de spanning, hoe meer, tot bij 108 % (ongeveer 248 V) het maximum van 33 % van het vermogen van de omvormer bereikt wordt. Omgekeerd, de spanning opdrijven met reactief vermogen, is niet toegestaan.
Pas als dat niet volstaat, mag de omvormer zijn actief vermogen terugschroeven (P(U)). Dat blijft optioneel en wordt aanbevolen, maar mag pas vanaf 108 % beginnen, zodat Q(U) altijd eerst werkt.
3. Duidelijke regels voor eiland- en back-upwerking
Steeds meer batterijen kunnen een huis of bedrijf blijven voeden als het net uitvalt. Het voorstel maakt duidelijk wat wat is:
- Off-grid: de productie kan nooit, ook niet even, parallel met het net werken. Dan gelden de regels van C10/11 niet voor dat deel van de installatie. Let op: een scheiding met halfgeleiders telt als verbinding, dus dat is niet off-grid.
- Back-up en eilandwerking: de installatie is op sommige momenten wel met het net verbonden. Dan gelden de regels volledig en moet de omvormer gehomologeerd zijn.
Bij het omschakelen moet de installatie eerst loskomen van het net voor ze zelf stroom levert (break-before-make), met een vergrendeling die gelijktijdige koppeling uitsluit, bijvoorbeeld via een automatische omschakelaar (ATS). Bij het terugkeren naar het net moet ze netjes synchroniseren. Gebeurt dat meer dan eens per dag, dan moeten spanning en stroom rond elke synchronisatie geregistreerd en bijgehouden worden voor de netbeheerder.
4. Meer ruimte voor kleine installaties
Gezinnen combineren vandaag zonnepanelen, een thuisbatterij, een warmtepomp en een (bidirectionele) laadpaal van 11 kVA, en gaan zo snel over de oude grens van 10 kVA. Het voorstel trekt die grens op:
- Driefasig: tot 11 kVA zonder injectielimiet, of tot 33 kVA als er maximaal 11 kW op het net geïnjecteerd wordt.
- Monofasig: tot 5 kVA zonder injectielimiet, of tot 18 kVA met maximaal 5 kW injectie.
Er wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen zon, batterij of een andere bron. Die installaties volgen de eenvoudige procedure met een melding in plaats van een netstudie. Wie een injectielimiet gebruikt, heeft een vermogensbeheersysteem nodig dat meet via de P1-poort van de digitale meter of via een EnFluRi-sensor. Het onevenwicht tussen de fasen blijft beperkt tot 5 kVA, met nieuwe manieren om dat te bewaken, zoals een injectielimiet per fase.
5. Minder vaak een extern ontkoppelrelais
Een extern ontkoppelrelais is pas verplicht vanaf 56 kVA in plaats van 30 kVA, dezelfde grens als tussen de digitale meter en de AMR-meter. Daaronder volstaat de beveiliging die in de gehomologeerde omvormer zit. Dat scheelt kosten en kabelwerk bij middelgrote installaties.
Extra: logboeken bij de fabrikant
Bij incidenten kan de netbeheerder logboeken, de ingestelde beveiligingsparameters en meetgegevens (vermogen, spanning, stroom, frequentie) rechtstreeks bij de fabrikant van de omvormer opvragen. Die moet ze binnen een maand digitaal bezorgen. Blijkt een installatie niet conform, dan draagt de eigenaar de kosten van de controle en kan de installatie haar toelating of inkomsten verliezen.
Wat betekent dit voor installateurs?
- Stel nieuwe omvormers in volgens de nieuwe ontkoppelparameters en laat Q(U) aan staan, zodra de nieuwe tekst van kracht is.
- Kijk na of de energiebeheersystemen en apps op je installaties de reactieve instellingen van de omvormer niet overschrijven.
- Ontwerp back-up en eilandwerking met een duidelijke omschakeling, en weet of je installatie echt off-grid is of niet.
- Herbekijk residentiële projecten die net boven 10 kVA uitkwamen: met een injectielimiet passen ze mogelijk in de eenvoudige procedure.
Hoe het Voltmasters EMS hiermee omgaat
Het Voltmasters EMS stuurt reactief vermogen volgens de richtlijnen van de netbeheerder. Legt de netstudie een reactief werkingspunt op, dan houdt het EMS dat aan op het aansluitpunt en past het aan wanneer de netspanning hoog oploopt, zoals de richtlijn voorschrijft. Geeft de netbeheerder via telecontrole een opdracht voor reactief vermogen, dan voert het EMS die uit.
Voor microgrids werkt het EMS met strikte procedures bij het omschakelen naar eilandwerking en bij de terugkeer naar het net. De site gaat pas terug op het net als het net stabiel terug is. Bij een herkoppeling via een spanningsloze bus haalt het EMS eerst alle bronnen van de bus voor de netschakelaar sluit: break-before-make. Bij een gesynchroniseerde herkoppeling brengt het EMS het eiland gelijk met het net, en beslist een gehomologeerd synchrocheckrelais (C10/24) wanneer de netschakelaar mag sluiten.
Reageren kan tot 1 december
Synergrid neemt enkel reacties mee die via het webformulier op de consultatiepagina binnenkomen. Op 29 oktober 2026 geeft Synergrid een webinar over het voorstel, inschrijven kan via dezelfde pagina. Het volledige tekstvoorstel staat online.
Vragen over wat dit betekent voor je projecten? Neem contact op, lees hoe het microgrid herkoppelt met het net of meer over grid compliance.
Bron: Voorstel amendement C10/11 editie 2.4, Grid Update (Synergrid, consultatie van 1 oktober tot 1 december 2026).