# Toestelinstellingen

> De configuratietabbladen van een toestel in de Voltmasters EMS: Instellingen, Communicatie met de Modbus-gegevens, en Data met de live waarden van de parameters.

Source: https://voltmasters.io/nl/docs/voltmasters-platform/device-management/device-settings/

Open je een toestel, dan verschijnen er verschillende tabbladen:

-   **Instellingen**: de basisgegevens aanpassen, zoals naam, omschrijving, locatie en meettype.
-   **Communicatie**: het protocol instellen, bijvoorbeeld Modbus TCP/IP, plus het IP-adres, de poort en het slave-ID waarmee het toestel met het platform praat.
-   **Data**: een tabel met de realtime parameters en hun huidige waarden, zoals vermogen, verbruik, spanning en stromen. Elke rij toont de naam van de parameter, de huidige waarde en het tijdstip.
-   **Load manager**: lastbeheer voor deze meter aanzetten en het maximale vermogen instellen dat erdoor mag. Zie [Lastbeheer](https://voltmasters.io/nl/docs/voltmasters-platform/device-management/device-settings/#lastbeheer) hieronder.
-   **Manual override**: handmatige overrides aanmaken voor aanstuurbare modules. Je geeft de module, de overridewaarde in kW en de periode op. De actieve en de eerdere overrides staan eronder.
-   **Acties**: commando's die specifiek voor dat toestel bestaan, zoals een batterijsysteem op afstand herstarten. Zie [Toestelacties](https://voltmasters.io/nl/docs/voltmasters-platform/device-management/device-settings/#toestelacties) hieronder.

Daarmee stuur je elke meter, PV-string, batterij of omvormer tot in het detail aan.

![](https://voltmasters.io/assets/docs/image-77.webp)

*Voltmasters EMS: toestelinstellingen*

### Communicatie-instellingen

Naast het protocol, het IP-adres, de poort en het slave-ID bepalen twee instellingen op het tabblad **Communicatie** hoe de controller met de verbinding zelf omgaat.

#### Exclusieve of gedeelde TCP-verbinding

Sommige toestellen aanvaarden maar **één** Modbus TCP-verbinding tegelijk, andere aanvaarden er meerdere. Per toestel kies je dus of de verbinding **exclusief** moet zijn, waarbij de controller de socket voor zichzelf houdt, of **gedeeld** mag worden met andere clients.

-   Kies **exclusief** voor toestellen die stukgaan of de controller eruit gooien zodra er een tweede client verbindt.
-   Kies **gedeeld** wanneer een ander systeem (een monitoringportaal, een servicelaptop, een tweede EMS-client) hetzelfde toestel tegelijk moet bereiken.

#### Terugval bij verlies van communicatie

Voor **PV-omvormers** en **laadpalen** legt het EMS een **fallback setpoint** op zodra het de communicatie met het toestel verliest: op veel toestellen blijft het laatst verstuurde setpoint gelden, dus de grens die tijdens een communicatiestoring geldt moet een bewuste keuze zijn. Die grens stel je **per toestel** in.

-   Zet ze **laag** (of op nul) wanneer een niet-aangestuurde asset een injectiegrens of een verplichting van de netbeheerder zou overtreden.
-   Zet ze **hoog** (vol vermogen) wanneer productie of laadvermogen verliezen erger is dan even onbegrensd draaien.

De terugval wordt weer losgelaten zodra de communicatie hersteld is.

> **Let op**
>
> Het fallback setpoint is een vangnet, geen regelinstelling. Kies het samen met je installateur, in lijn met de grenzen van de netaansluiting van de site en met eventuele verplichtingen rond [DSO RTU](https://voltmasters.io/nl/docs/dso-rtu/).

### Toestelacties

Het tabblad **Acties** van een toestel somt de commando's op die het EMS naar dat specifieke toestel kan sturen. Welke er zijn hangt af van merk en model.

-   **Herstarten**: ondersteunde **batterijsystemen** zijn op afstand te herstarten, zonder plaatsbezoek. Gebruik dit wanneer het systeem niet meer reageert of na een fout die een herstart vraagt.

> **Let op**
>
> Een herstart onderbreekt de werking van het toestel: de batterij stopt met laden of ontladen tot het systeem weer online is, en de aansturing hervat pas zodra het toestel zichzelf weer als beschikbaar meldt. Herstart niet tijdens een periode waarin de installatie aanstuurbaar moet blijven, bijvoorbeeld tijdens een actieve beperking van de netbeheerder.

### Lastbeheer

Lastbeheer houdt het vermogen dat door een **energiemeter** loopt onder een grens die je zelf instelt. Je stelt het per meter in, op het tabblad **Load manager** van die meter:

| Instelling | Omschrijving |
| --- | --- |
| **Energiebelastingsbeheer** | Zet lastbeheer aan voor deze meter. |
| **Max. injectievermogen** (kW) | Het maximale vermogen dat via deze meter in de installatie geïnjecteerd mag worden. |
| **Max. afnamevermogen** (kW) | Het maximale vermogen dat via deze meter van de installatie afgenomen mag worden. |

![Voltmasters EMS: het tabblad Load manager op een energiemeter](https://voltmasters.io/assets/docs/load-management-meter.webp)

#### Grenzen over de hele meterhiërarchie

Lastbeheer beperkt zich niet tot de hoofdmeter. **Elke meter in de installatie kan zijn eigen grenzen dragen**, en het EMS handhaaft ze **allemaal tegelijk**:

-   de **hoofdmeter** beschermt de netaansluiting zelf;
-   een **submeter** beschermt wat erachter hangt (een transformator, een verdeelbord, een kabel of één gebouw), ook wanneer de netaansluiting in haar geheel nog ruimte heeft.

Elke meter wordt onder zijn eigen grens gehouden, zodat een druk deelcircuit teruggeschroefd wordt zonder de rest van de site af te remmen.

#### Ongelijk belaste fasen: bescherming per fase

De grenzen staan in kW voor de aansluiting in haar geheel, maar op een driefasige aansluiting zijn de zekeringen en het aansluitvermogen **per fase**. Zijn de fasen ongelijk belast, dan kan het totaal ruim onder de grens liggen terwijl één fase al over haar deel gaat, en het is die ene fase die de hoofdzekering doet vallen.

Meet de meter zijn vermogen **per fase**, dan beschermt het EMS daarom ook elke fase apart. Het doet dat **pessimistisch**: elke toets aan de grens behandelt de site alsof alle drie de fasen even zwaar belast zijn als de zwaarste.

![Pessimistische driefasige begrenzing: het metertotaal van 17,5 kW blijft onder de grens van 22 kW, maar fase L2 gaat over haar deel van 7,3 kW, dus het EMS rekent met 3 keer de zwaarste fase (25,5 kW) en grijpt in](https://voltmasters.io/assets/docs/load-management-phase-limiting.svg)

*Pessimistische driefasige begrenzing: het totaal lijkt veilig, maar één fase is overbelast, dus het EMS doet alsof alle drie de fasen even zwaar belast zijn als de zwaarste.*

#### Wat het EMS doet wanneer een grens genaderd wordt

Nadert het vermogen dat een meter meet zijn grens, dan grijpt het EMS in een vaste volgorde in, van de minst storende maatregel naar de meest storende:

1.  **De batterij**: het laden wordt verminderd of gestopt en, als het moet, **ontlaadt** de batterij om de meter te ontlasten.
2.  **EV-laden**: het laadvermogen van de [laadpalen](https://voltmasters.io/nl/docs/control-algorithms/ev-charging/) achter die meter wordt teruggeschroefd.
3.  **Regelbare lasten**: [aan-uitlasten](https://voltmasters.io/nl/docs/device-integrations/controllable-loads/) worden afgeschakeld, de laagste prioriteit eerst.

Pas wanneer de eerdere stappen niet genoeg vermogen vrijmaken, gaat het EMS naar de volgende, zodat toestellen als laatste redmiddel uitgeschakeld worden.

> **Opmerking**
>
> De volgorde waarin de assets ingezet worden, is de [prioriteitenlijst voor Load Shedding](https://voltmasters.io/nl/docs/dso-rtu/grid-operators/fluvius/fall-back-flex/#load-shedding-prioriteiten) die voor het hele project geldt, onder **Configuratie → Strategie → Load Shedding Prioriteiten**. Dezelfde lijst wordt gebruikt voor de bescherming van de netgrenzen en voor een activatie van Fluvius Fall-Back Flex, dus het gedrag is hetzelfde ongeacht wat de verlaging uitlokt.

> **Opmerking**
>
> Om de **netafname** van de hele site onder haar grens te houden, gebruik je de afnamegrens en de [piekafvlakkingsreserve](https://voltmasters.io/nl/docs/control-algorithms/peak-shaving-reserve/) in de [projectinstellingen](https://voltmasters.io/nl/docs/voltmasters-platform/project-settings/general-settings/). Lastbeheer op een meter is hetzelfde idee, een niveau dieper in de installatie toegepast.

### Manual override

Deze handleiding beschrijft hoe je de batterij handmatig laadt of ontlaadt met een override in het EMS.

> **Let op**
>
> Tijdens een handmatige override stuurt het algoritme de batterij niet meer automatisch aan. Het systeem volgt enkel nog het ingestelde setpoint.

1. **Ga naar Toestellen**
   
   1.  Meld je aan op het EMS-portaal.
   2.  Klik op **Toestellen** in het navigatiemenu links.
2. **Open de toestelinstellingen**
   
   1.  Je ziet nu een overzicht van alle toestellen.
   2.  Zoek het gewenste toestel in de lijst.
   3.  Klik op het tandwiel rechts van het toestel om de toestelinstellingen te openen.
3. **Open Manual override**
   
   1.  Je staat nu op de pagina met de **toestelinstellingen**.
   2.  Klik bovenaan op het tabblad **Manual override**.
4. **Stel de override in**
   
   Vul de volgende velden in:
   
   -   **Aanstuurbare module**: kies de module die je wil aansturen, bijvoorbeeld het laad- of ontlaadvermogen.
   -   **Override waarde** (kW): geef het gewenste vermogen in:
       -   Gebruik een negatieve waarde, bijvoorbeeld `-20 kW`, om de batterij te ontladen.
       -   Gebruik een positieve waarde, bijvoorbeeld `+20 kW`, om de batterij te laden.
   -   **Periode**: stel het moment **Van** en **Tot** van de override in. Omdat je allebei die momenten kiest, kan je een override ook **op voorhand inplannen**: hij start vanzelf op het moment *Van* en eindigt op het moment *Tot*.
   
   Klik op **Override aanmaken** om de instelling op te slaan en te activeren.
   
   > **Opmerking**
   >
   > Welke modules je kan overschrijven hangt af van het toestel. Bij batterijsystemen (PCS) die dat ondersteunen, kan je het **reactief vermogen** op dezelfde manier overschrijven als het actief vermogen, binnen de grenzen voor reactief vermogen uit de [projectinstellingen](https://voltmasters.io/nl/docs/voltmasters-platform/project-settings/general-settings/).
5. **De override opvolgen en stoppen**
   
   1.  Onder **Actieve & geplande overrides** zie je de actieve override met zijn datum, module, type, waarde en periode.
   2.  Wil je de override vroeger beëindigen, klik dan op **Stop** naast de betrokken override.
   3.  Eerdere overrides staan onderaan de pagina onder **Eerdere overrides**.

> **Let op**
>
> Hou bij het instellen van de overridewaarde altijd rekening met de geldende afname- en injectiegrenzen van je aansluiting. Zet nooit een waarde die de toegelaten afname- of injectiegrens overschrijdt, om overbelasting van het net of inbreuken op de eisen van je netbeheerder te vermijden.

> **Opmerking**
>
> Zodra de ingestelde periode voorbij is, neemt het algoritme de aansturing van de batterij vanzelf weer over.
