# Hoe DSO RTU werkt

> Het volledige regelmodel van DSO RTU: van de controlekamer van de netbeheerder tot de assets in je installatie, en terug.

Source: https://voltmasters.io/nl/docs/dso-rtu/how-dso-rtu-works/

### De keten

Een DSO RTU-commando legt een vaste weg af:

```
Controlekamer netbeheerder
        │   (eigen netwerk van de netbeheerder)
        ▼
   RTU op de site ─────────────►  Voltmasters EMS  ─────────────►  Assets
   (netbeheerder)    DSO RTU         (controller)     Modbus/...     (PV, ESS, EV, lasten)
        ◄────────  terugmelding & metingen  ◄────────
```

1.  De netbeheerder beslist in zijn controlekamer over een grens of een actie.
2.  Het commando gaat naar een **RTU** (Remote Terminal Unit) die de netbeheerder op de site geplaatst heeft.
3.  De RTU praat met de **Voltmasters EMS** over een DSO RTU-protocol. Welk protocol dat is, en welke van de twee kanten het gesprek opent, hangt van de netbeheerder af. Zie [RTU-verbinding](https://voltmasters.io/nl/docs/dso-rtu/rtu-connection/) en de eigen pagina van de netbeheerder onder [Netbeheerders](https://voltmasters.io/nl/docs/dso-rtu/grid-operators/).
4.  Het EMS zet het commando om in concrete acties op de aangesloten assets, elke regelcyclus, dus ongeveer elke seconde.
5.  Het EMS meldt voortdurend de werkelijke toestand en de metingen terug, zodat de netbeheerder kan nagaan of alles nageleefd wordt.

### Wat het EMS binnenkrijgt

Elke regelcyclus zet het EMS de recentste DSO RTU-toestand om in een reeks **beperkingen** die op de installatie toegepast worden. Die reeks is het eigen model van het EMS, dat van de netbeheerder losstaat, en het is wat de assetkant voor elke netbeheerder hetzelfde maakt. Geen enkele netbeheerder vult ze helemaal in: elk levert het deel dat zijn datamodel kent, in zijn eigen eenheden, en het EMS rekent om.

> **Opmerking**
>
> De tabellen hieronder beschrijven de **volledige** reeks beperkingen. Welke onderdelen een netbeheerder echt gebruikt, en wat een waarde betekent zodra ze binnenkomt, staat op de pagina van die netbeheerder onder [Netbeheerders](https://voltmasters.io/nl/docs/dso-rtu/grid-operators/).

### Grenzen op het actief vermogen (P)

| Grens | Betekenis |
| --- | --- |
| **Max. injectie op het aansluitpunt** | Een plafond op het vermogen dat op het net gezet wordt, als percentage van het contractuele aansluitvermogen. |
| **Max. afname op het aansluitpunt** | Een plafond op het vermogen dat van het net komt, als percentage van het contractuele aansluitvermogen. |
| **Max. assetproductie** | Een plafond op de productie van de geregistreerde assets, als percentage van het referentievermogen dat de netbeheerder ervoor geregistreerd heeft. |
| **Max. assetafname** | Een plafond op de afname van de geregistreerde assets, als percentage van het referentievermogen dat de netbeheerder ervoor geregistreerd heeft. |

De percentages zijn de interne vorm van het EMS. Stuurt een netbeheerder in **absoluut vermogen**, dan wordt zijn setpoint naar het overeenkomstige plafond omgerekend, zodat de afgedwongen kW gelijk is aan de bevolen kW. Een netbeheerder kan ook maar een deel van die reeks opleggen, of maar één assettype tegelijk.

### De regeling van het reactief vermogen (Q)

-   **Q-regelmodus**: *lokaal*, waarbij het EMS het reactief vermogen zelf beheert, of *op afstand*, waarbij het EMS de reactieve opdracht van de netbeheerder volgt.
-   **Band voor reactief vermogen**: een minimum en maximum Q waarbinnen de installatie moet blijven, bij netbeheerders die een band opleggen.
-   **Doelwaarde reactief vermogen**: één absolute Q die de installatie moet aanhouden, bij netbeheerders die een absolute waarde opleggen.
-   **Doelwaarde arbeidsfactor**: een cos φ die de installatie moet aanhouden, bij netbeheerders die een arbeidsfactor opleggen.

Een netbeheerder die het reactief vermogen helemaal niet aanstuurt, laat de modus op *lokaal* staan, en het EMS doet dat ook zolang een netbeheerder die het wel kan aansturen niets opgelegd heeft.

### Noodstoppen

-   **Noodstop productie**: er mag niet geïnjecteerd worden. De PV gaat uit en de batterij gaat naar 0 kW.
-   **Noodstop verbruik**: er mag niet afgenomen worden. De batterij gaat naar 0 kW en de regelbare lasten gaan uit.

Noodstoppen zijn de beperking met de **hoogste voorrang** en kunnen daarbovenop een fysiek relais aansturen (zie [Noodstop](https://voltmasters.io/nl/docs/dso-rtu/io-module/emergency-stop/)).

> **Let op**
>
> Niet elke netbeheerder heeft een noodstop op zijn DSO RTU-verbinding. Waar die er niet is, gebeurt de ontkoppeling bij een netfout door de autonome C10/21-beveiliging in de installatie, buiten het EMS om. Kijk de pagina van de netbeheerder na voor je op DSO RTU rekent om veilig te ontkoppelen.

### Redencodes

Waar het datamodel van de netbeheerder ze kent, draagt elke aansturing van het actief en het reactief vermogen een **reden**: normale werking, **netcongestie** of **test**. De reden test wordt gebruikt tijdens de certificatie door de netbeheerder (zie [Indienstname en certificatie](https://voltmasters.io/nl/docs/dso-rtu/commissioning-and-certification/)). Netbeheerders zonder redenveld in hun datamodel sturen hun opdrachten zonder reden.

### Hoe het EMS de beperkingen toepast

De DSO RTU-beperkingen worden in de regellus van het EMS toegepast **na** de lokale en handmatige overrides maar **voor** de grenzen van de netbescherming, zodat:

-   de commando's van de netbeheerder altijd voorgaan op de lokale optimalisatie, en
-   het EMS de fysieke grenzen van de netaansluiting nooit overschrijdt. Een noodstop is voor die beveiligingen het laatste woord; een percentageregel kan er wel door versoepeld worden wanneer de aansluiting zelf dreigt te overbelasten, zie [de volgorde van de regels](https://voltmasters.io/nl/docs/dso-rtu/grid-operators/fluvius/setpoint-processing/#de-volgorde-van-de-regels).

Moet er vermogen weg, dan regelt het EMS in een bewuste volgorde af, om zowel de toestellen als de waarde te beschermen:

-   **Bij een productiegrens:** eerst de batterijontlading verminderen, daarna de PV.
-   **Bij een afnamegrens:** het laden van de batterij verminderen.
-   **Bij reactief vermogen:** de gevraagde Q verdelen over de assets die het kunnen leveren (batterijen en PV), binnen het schijnbaar vermogen van elk toestel.

> **Opmerking**
>
> Omdat de lus ongeveer elke seconde draait, volgt de installatie een DSO RTU-commando met een vertraging van minder dan een seconde tot een paar seconden, afhankelijk van hoe snel de assets zelf kunnen bijregelen.

### Wanneer een commando ingaat

Bij de meeste netbeheerders wordt een commando bij de volgende regelcyclus afgedwongen. Sommige specificaties geven een opdracht in plaats daarvan een **geldigheidsvertraging**, zodat de netbeheerder en de installatie het eens zijn over welke opdracht op een bepaald moment geldt: de opdracht wordt pas een vaste tijd na ontvangst geldig, en de naleving wordt getoetst aan de opdracht die op dat moment gold. Het EMS volgt de eigen regel van de netbeheerder, dus een grens die traag lijkt op te heffen zit misschien gewoon nog binnen die vertraging. De pagina van de netbeheerder zegt of er een vertraging geldt en hoe lang ze is.

### Terugmelding en metingen

De verbinding gaat twee richtingen uit. Het EMS:

-   **Bevestigt** elk ontvangen commando meteen.
-   **Spiegelt** de resulterende toestand terug naar de netbeheerder: de grenzen, de modi en de noodstoptoestanden die gelden.
-   Stuurt **metingen** van het werkelijke actief en reactief vermogen, gegroepeerd per **assetcategorie** (zon, opslag, EV, en zo verder) of volgens de eigen indeling van de netbeheerder. Hoe vaak hangt af van de verbinding: naar een netbeheerder die verwacht ingelicht te worden stuurt het EMS ze op een vast interval, en aan een netbeheerder die zelf opvraagt levert het ze op verzoek.

Zo is de lus rond: de netbeheerder stuurt niet enkel commando's, hij kan ook zelf nagaan of de installatie zich eraan houdt.

### Wanneer de verbinding wegvalt

Wat er moet gebeuren wanneer de RTU van de netbeheerder stilvalt, staat in de specificatie van die netbeheerder; het EMS kiest dat niet vrij. Twee regels gelden overal:

-   **Een lopende opdracht blijft gelden.** Een bevel staat tot het herroepen wordt, dus het EMS gaat nooit uit zichzelf weer omhoog tegen een actieve afregeling in.
-   **Het wegvallen wordt gemeld.** De controller meldt een probleem, zodat een stille verbinding op het platform zichtbaar is en niet op normale werking lijkt.

Sommige netbeheerders bewaken de verbinding uitdrukkelijk met een **watchdog** in beide richtingen, die actief blijft zolang alles goed gaat, zodat het wegvallen van dat signaal zelf het alarm is. Waar dat geldt, beschrijft de pagina van de netbeheerder waar de installatie op terugvalt zolang dat alarm staat.

### De lagen die het afdwingen

| Laag | Altijd actief? | Wat ze doet |
| --- | --- | --- |
| **Software** | Ja | Regelt de assets af in de regellus: setpoints naar nul, batterijen losgekoppeld, lasten uit. |
| **Hardware (IO-module)** | Optioneel, voor noodstoppen | Stuurt een of meer relais aan die aan het fysieke noodstopcircuit van de installatie hangen. |

De softwarelaag zorgt in alle normale situaties voor een correcte reactie. De hardwarelaag voegt daar een fysieke noodstop aan toe die los van de assets werkt, voor installaties die dat vragen (zie [Noodstop](https://voltmasters.io/nl/docs/dso-rtu/io-module/emergency-stop/)).
