# Sinexcel DC charger

> Ondersteunde toestellen: Sinexcel CE 160 kW, CE 240 kW, UL 240 kW en de geïntegreerde en gedistribueerde DC-laadpalen

Source: https://voltmasters.io/nl/docs/device-integrations/ev-chargers/sinexcel-dc-charger/

Ons EMS koppelt met de DC-laadpalen van Sinexcel over Modbus TCP. Met die integratie zijn de laadsessies op te volgen en is het laadvermogen te beheren voor toepassingen als slim laden en lastverdeling.

> **Opmerking**
>
> Deze handleiding gaat ervan uit dat de laadpaal al fysiek geplaatst en in dienst genomen is. Na deze stappen is de laadpaal klaar om aan ons EMS gekoppeld te worden.

### Ondersteunde toestellen

Wij ondersteunen het gamma DC-laadpalen van Sinexcel, aangesproken via één Modbus TCP-integratie:

-   **CE 160 kW**
-   **CE 240 kW**
-   **UL 240 kW**
-   **Integrated DC Charger** (met compatibele firmware)
-   **Distributed DC Charger** (met compatibele firmware)

In het platform kies je ofwel een bepaald model ofwel de hele reeks. De verbinding en de aansturing zijn identiek; de laadpaal geeft zijn eigen model over Modbus door.

### Wat het EMS kan

Met de huidige integratie biedt ons EMS:

-   De laadtoestand, het uitgangsvermogen, de spanning, de stroom en de gemeten energie per connector opvolgen
-   Het vermogen per connector begrenzen (connector 1 en connector 2)
-   Lastverdeling binnen de grens van de netaansluiting, samen met de batterij en de PV
-   Laden op de goedkoopste momenten, ook bij negatieve prijzen

Er kan later functionaliteit bijkomen naarmate de integratie uitbreidt.

> **Let op**
>
> Het opvolgen en het begrenzen per connector zijn enkel gedocumenteerd voor **connector 1 en connector 2**. Om de hele laadpaal te begrenzen heb je een CCU-versie hoger dan `00.102.76` nodig. Gedistribueerde laadpalen vragen daarnaast een M2-boardfirmware hoger dan `104.38` (boards zonder LAN-poort) of `200.36` (boards met LAN-poort).

## De laadpaal instellen

1. **Zet Modbus aan op de MCU**
   
   -   Geef op het scherm van de laadpaal het wachtwoord in (standaard `080808`).
   -   Ga naar **Debug** → **Previous** → **Debug**.
   -   Kies **Debug address 5** en geef de waarde **416** in.
   -   Op het scherm verschijnt de melding **open modbus**.
   -   **Herstart de MCU** om de wijziging door te voeren.
   
   > **Opmerking**
   >
   > *Geef je op dezelfde plek nog een keer `416` in, dan gaat Modbus weer uit (**close modbus**). Na het aan- of uitzetten van Modbus moet je de MCU altijd herstarten.*
2. **Noteer het IP-adres**
   
   -   Geef het wachtwoord in (standaard `080808`) en ga naar **Setting** → **MCU**.
   -   Noteer het IP-adres van de laadpaal dat op het scherm staat. Gebruik voor de locatie een vast IP-adres.
   -   De Modbus TCP-poort is **502**.
3. **Zet het model en het serienummer (optioneel)**
   
   -   Ga naar **Setting** → **MCU** → **Feature** → **model** om het model van de laadpaal te zetten (bijvoorbeeld `1160` voor de CE 160 kW, `1240` voor de CE 240 kW, `2240` voor de UL 240 kW).
   -   Ga naar **Setting** → **MCU** → **Feature** → **SN** om het nummer van de laadpaal te zetten.
4. **Verbind met het EMS**
   
   -   Hang de laadpaal aan hetzelfde bekabelde netwerk (LAN) als de Voltmasters-controller, in hetzelfde subnet.
   -   Ga na of de controller het IP-adres van de laadpaal kan bereiken.
   -   Voeg de laadpaal in het platform toe met merk **Sinexcel** en het bijhorende DC-laadpaalmodel.

De laadpaal is nu ingesteld en klaar voor gebruik met het EMS.

> **Let op**
>
> Is er over Modbus een vermogensgrens gezet en zet je Modbus later uit, dan blijft de laatst ingestelde grens gelden. Zet de vermogensgrens dus terug op het nominaal vermogen van de laadpaal voor je Modbus uitzet, zodat het volle vermogen weer beschikbaar is.
